Vier jaar geleden kon Tim Beerens (32) nauwelijks zwemmen. Op een racefiets had hij nog nooit gezeten en hardlopen liet hij liever aan anderen over. Zondag staat de Eindhovenaar aan de start van het WK Ironman 70.3 in Nice. In vier jaar tijd veranderde hij van iemand voor wie sport nauwelijks een rol speelde in een atleet die zich zondag 13 september tussen de beste triatleten ter wereld mag meten.
Door Rob Weekers
Het begon bijna terloops. Tim zag op Instagram een bericht over de HighTech Triathlon in Eindhoven en besloot zich in te schrijven. Niet omdat hij al jaren droomde van een triatlon, maar juist omdat hij tot dan toe weinig met sport had. Die spontane beslissing bleek het begin van een compleet nieuw dagelijks ritme.
Discipline
Trainingen werden vaste afspraken in zijn agenda. Zwemmen, fietsen, hardlopen: week na week bouwde hij zijn conditie op. Inmiddels combineert hij zijn trainingen met het runnen van een marketingbureau. “Ik heb gemerkt dat je een drukke baan best kunt combineren met trainen op hoog niveau”, zegt hij. “Maar je moet wel heel gedisciplineerd met je tijd omgaan.”
Die discipline is misschien wel zijn grootste wapen. In vier jaar sloeg Tim naar eigen zeggen geen geplande training over. Vakanties, verjaardagen en zelfs kerst veranderden daar niets aan. Toen hij zijn schouderblad brak, hield hij het precies één dag rustig. De volgende ochtend zat hij alweer op de hometrainer, met zijn arm in een mitella.
Energie
Ook een fietsongeluk kreeg hem niet klein. Tijdens een training werd hij aangereden en brak hij zijn scheenbeen. Wekenlang moest hij met zijn been omhoog zitten. Toch was hij vooral bezig met zijn terugkeer. “Ik lag daar met maar één gedachte: zo snel mogelijk terug het wedstrijdveld in. Sporten geeft me energie!”
Dat fanatisme heeft hem in vier jaar ver gebracht. Vorig jaar kwalificeerde hij zich in Belgrado voor het WK Ironman 70.3. In Nice wacht de klassieke 70.3-race: 1,9 km zwemmen, 90 km fietsen en 21,1 km hardlopen. In die wedstrijd telt niet alleen conditie, maar vooral het vermogen om de inspanning urenlang goed te verdelen. Tim weet inmiddels dat te hard beginnen hem later kan opbreken. “Juist het verdelen van die inspanning is cruciaal.”
Doseren
Tim kent zijn sterke en zwakke punten. Zwemmen en fietsen gaan hem inmiddels goed af. Het lopen blijft lastiger. Daar liggen door de herhaalde belasting ook sneller blessures op de loer. Doseren is daarom minstens zo belangrijk als hard trainen. Dat is niet vanzelfsprekend voor iemand die van nature graag jaagt. “Als iemand voor me zwemt, wil ik erlangs”, zegt hij. “Maar ik weet inmiddels: ik pak hem wel tijdens het lopen.”
Ook in de winter staat hij soms om vijf uur ’s ochtends op voor zijn training. Niet omdat hij daar altijd zin in heeft, maar omdat de afspraak met zichzelf belangrijker is dan zijn humeur. “Koud en donker. Ik heb er niet altijd zin in, maar ga wél.”
Fris aan de start
In de weken voor Nice heeft hij nog volop getraind. Inmiddels draait de intensiteit omlaag, zodat hij zondag fris aan de start staat. Zijn verwachtingen houdt hij bewust bescheiden. De kwalificatie van vorig jaar in Belgrado was voor hem al een overwinning. “Eigenlijk is het nu al geslaagd.”
Maar helemaal tevreden met alleen een startbewijs is iemand als Tim natuurlijk niet. Wie vier jaar lang consequent zo heeft getraind, wil weten hoe ver hij kan komen. “Het zit in mijn karakter om tot het gaatje te gaan.”
Vier jaar geleden kon hij nauwelijks zwemmen. Zondag staat hij tussen de beste triatleten ter wereld aan de start in Nice. Hoe ver hij komt, weet hij niet. Eén ding weet hij wel: “Als ik maar lekker kan knallen onderweg.”
