De enige tweeling ooit die samen twee WK-finales meemaakte en ze allebei nét niet won. Willy en René van de Kerkhof weten als geen ander hoe dun de lijn is tussen glorie en gemis. We kijken met hen vooruit naar het komende WK: de plek waar één moment alles kán beslissen. ‘En dat verandert nooit.’
Door Kim van Hout
Bij binnenkomst zijn de broers nog bezig met de laatste minuten van hun (hoe hip) wekelijkse Willy & René PSV-podcast. Onderwerp: Dick Advocaat en diens minder chique behandeling van Fred Rutten op Curaçao. “Hij had het beter moeten regelen.”
Als ze aangeven zo een interview in te moeten, grappen ze: “Ja, we zijn nog altijd behoorlijk berucht. Tot de volgende.”
In hun vertrouwde skybox bij PSV, waar het verleden letterlijk aan de muur hangt, vertellen René en Willy wat een WK betekent voor een voetballer. “Het WK,” zegt René, terwijl hij zijn nieuwe Oranje-shirt, kersvers ontvangen van de KNVB, nog even rechtstrijkt, “dat is het summum van het voetbal. Hoger haalbaar is er niet. Dat was toen zo en dat geldt nog steeds: het mooiste wat er is.”
Steigerende Argentijnen
Achter de broers die memorabele foto van Oranje tegen Argentinië, vlak voor de WK-finale van 1978. Zo eentje waar de historie vanaf druipt, die het gesprek meteen terugbrengt naar die bewuste dag. “De finale begon al met gedoe,” herinnert Willy zich. “Een kwartier te laat. Gips, bandages… steigerende Argentijnen.” René vult aan: “We vertrokken drie uur van tevoren vanuit het hotel voor een ritje van tien minuten naar het stadion. Een miljoen mensen op straat. Eén politieagent voor de bus. Tegenwoordig heb je er honderden.”
Maar hoe chaotisch het ook was, René en Willy vinden het vooral nog altijd ‘mooi’: iets wat je nooit meer vergeet en dat er gewoon bij hoort. “It’s all in the game.” Hoewel, geven ze ook toe, het nu allemaal veel strakker geregisseerd is.
De wedstrijd zelf dan? Is er een moment dat ze over zouden willen doen? Ja, natuurlijk: die bijna-gelijkmaker. “Maar ook als Robbie (Rensenbrink, red.) die bal niet op de paal had geschoten en binnen had gekruld, dan had de scheids waarschijnlijk net zo lang laten doorspelen tot Argentinië weer scoorde. Of alsnog een penalty gegeven aan de Zuid-Amerikanen. Argentinië moest en zou wereldkampioen worden,” zegt Willy, terwijl hij nog eens omkijkt naar de immense foto.
Naar het hobbelige veld van het Estadio Monumental Antonio Vespucio Liberti in Buenos Aires, volgekwakt met witte snippers, de lange haren van topscorer Mario Kempes, de donkere blik van aanvoerder Daniel Passarella, bekend om het geniepige gebruik van zijn ellebogen, maar ook als meest scorende verdediger aller tijden, tot dan. Dat record zou later worden verbroken door Ronald Koeman.
Cruijff en Van Hanegem van een andere planeet
Zo komen we bij het Oranje van nu. “Ze hebben goede spelers hoor,” zegt Willy, “maar niet iemand die het hele team mee op sleeptouw neemt of een wedstrijd móét en kán beslissen zoals een Cruijff dat deed. Of een Van Hanegem. Dat waren spelers van een andere planeet.” René beaamt: “Virgil en Frenkie zijn leiders. Geweldige voetballers ook, maar niet van dat niveau.”
Overeenkomsten zijn er zeker ook, vinden de broers. “Hoe wij in 1974 voetbalden, dat zie je nu nog terug,” zegt René. “Van achteruit opbouwen, de keeper die hoog staat. Daar werkte Michels toen al mee.”
Maar buiten het spel is zo’n beetje alles anders. “De wereld verandert, voetbal verandert, alles verandert,” zegt Willy. “Je kunt het ermee eens zijn of…” René vult aan: “of het er niet mee eens zijn.” “Maar als je het er niet mee eens bent, gebeurt het toch. Je kunt er maar beter in meegaan. Wij genieten nog altijd van onze tijd, maar we blijven niet hangen in de ‘vroeger was alles beter’-gedachte.”
Dat ze daarin gelijk optrekken, is geen toeval. Dat doen ze al hun hele leven samen. Vanaf het moment dat Kees Rijvers bij moeder Van de Kerkhof op de stoep stond en René wilde inlijven voor FC Twente. “U weet dat het een tweeling is, meneer Rijvers?” “Wij willen René graag halen. Met Willy weten we niet wat we aan moeten.” “Het is er twee of geen,” zei moeder.
De rest is geschiedenis.
En die geschiedenis kent een van haar hoogtepunten in het WK in Argentinië in ’78. Een toernooi dat niet alleen om voetbal draaide, maar ook om politiek. De discussie van toen komt ook nu weer terug: had Nederland dat WK niet moeten boycotten?
Ten opzichte van de ploeg van ’74 ontbraken enkele belangrijke spelers, onder wie Van Hanegem (die dacht op de reservebank te belanden) en Cruijff (na een gewapende overval). De redenen waren even logisch als uiteenlopend. Videla en zijn Argentijnse junta werden nergens als motief genoemd. René: “Ons motto was simpel: als wij niet gaan, gaat iemand anders.” En: “Freek de Jonge probeerde ons nog tegen te houden op het vliegveld, maar dat had geen zin.”
En nu? Is hun kijk daarop na al die jaren veranderd? Zouden ze nog steeds gaan? En vinden ze dat het Nederlands elftal nu wél moet afreizen, met alle commotie rondom Trump? Willy: “Nee, ja en ja. Het is niet aan sporters om zich met politiek te bemoeien. Onze taak is voetballen, en daarmee basta.”
De kwestie Veerman
En dus terug naar het voetbal, én de keuzes van Koeman. René: “Over Til… goed dat Koeman hem meeneemt. Hij is in vorm, en anders had je straks niet eens een speler van de landskampioen in je selectie. Dat was toch gek geweest?”
De kwestie Veerman: “Koeman ziet het gewoon niet in hem. Misschien bij een volgende bondscoach.” En Memphis? “Het is niet meer de Depay die we kennen,” zegt Willy. “Misschien had ik hem niet meegenomen, maar goed, wie zijn wij?”
Tot slot, de essentie. Wat maakt een WK onvergetelijk? Willy: “Acht weken samen, afgezonderd… dat maakt een team.” René: “En je moet er geen rotte appels tussen hebben zitten. Wij hadden dat in ieder geval niet.”
Als de vraag komt wat overheerst bij het terugdenken aan de verloren finales, antwoorden ze bijna tegelijk. “Trots,” zegt René. “Alleen maar trots,” bevestigt Willy.
René: “Wij zijn de enige tweeling die een WK-finale heeft bereikt. Wat wil je nog meer?”
Willy: “Niks. We hebben alles, behalve de tijd.” René: “Ik denk weleens dat wij nu wel een keer recht hebben op die titel, als land. Deze generatie zou het moeten kunnen.”
En vooruit, als ze één boodschap mogen meegeven aan Koeman en zijn mannen voor het komende WK, is die kort en krachtig: “Zorg dat je de finale wint.”
Benieuwd wie René en Willy van de Kerkhof als wereldkampioen zien, wie volgens hen topscorer wordt en hoe ver Oranje komt? Houd onze website in de gaten voor hun voorspellingen richting het WK 2026.
