Europa moet zich beter kunnen verdedigen. Daar is Reinier van Lanschot van overtuigd. Als medeoprichter van Volt Nederland houdt hij zich in het Europees Parlement bezig met wat hij zelf de ‘drie D’s’ noemt: defensie, digitalisering en democratie. Vooral op het gebied van defensie ziet hij een belangrijke opdracht voor Europa.

“Ik denk dat de kans bestaat dat er meer oorlog gaat komen”, zegt Van Lanschot. “Als we ons verenigen, verkleinen we die kans. Laten we niet wachten tot er een oorlog komt die ons verenigt, maar laten we ons nu verenigen om oorlog te voorkomen.”

Volgens Van Lanschot is de oorlog in Oekraïne een duidelijke waarschuwing. Daarnaast ziet hij dat Rusland Europa op verschillende manieren onder druk zet, bijvoorbeeld via cyberaanvallen en sabotage van infrastructuur. Juist daarom moet Europa zich volgens hem beter voorbereiden op mogelijke dreigingen.

Een van de dossiers waar hij aan werkt, gaat over het versnellen van vergunningen voor defensieprojecten. Soms moeten bruggen, wegen of andere voorzieningen worden aangepast, zodat Europese landen elkaar in een crisissituatie snel kunnen ondersteunen. Dat klinkt technisch, maar het heeft volgens hem grote gevolgen voor de veiligheid van Europa.

Van Lanschot noemt een brug in Polen als voorbeeld. Als Europese troepen zich daar snel moeten verplaatsen, moet die infrastructuur daarvoor geschikt zijn. “Het verkrijgen van een vergunning kan soms zes jaar duren, terwijl het versterken van de brug één jaar duurt. Dat is te lang.” Daarom werkt de Europese Unie aan regels die zulke procedures aanzienlijk moeten verkorten.

De manier waarop dat moet gebeuren, is volgens hem eenvoudig: Europa moet meer samenwerken. “Op dit moment hebben de 27 lidstaten allemaal hun eigen leger, systemen en materieel. Dat maakt defensie duur en minder efficiënt. We zijn dus niet veilig genoeg en we betalen te veel. Maar als je samenwerkt, kun je dat oplossen.”

Voor Nederlandse burgers lijkt defensie soms een onderwerp dat ver van hun dagelijks leven afstaat. Toch raken Europese besluiten volgens Van Lanschot ook hun veiligheid en toekomst. “Het is niet: daar in Europa wordt iets besloten. Wij zijn Europa.”

Tot slot hoopt Van Lanschot dat mensen zich meer betrokken voelen bij de Europese politiek. Daarom wil hij een brug slaan tussen het Europees Parlement en het dagelijks leven van mensen.

Wie vragen heeft over Europa of zijn werk als Europarlementariër, mag hem altijd benaderen via sociale media of e-mail.