Hij behoort zonder twijfel tot de meest geliefde deelnemers van de Lampegatse Carnavalsoptocht: Appie Dijk, tijdens carnaval vooral bekend als Appie Schrobbelèr. Dat is niet verrassend, want Appie deelt royaal borreltjes van het kruidendrankje uit aan het publiek langs de route. Tijdens de komende optocht bereikt hij bovendien een bijzondere mijlpaal: hij loopt voor de 33ste keer mee.

Door Rob Weekers

“Het begint al te kriebelen, hoor”, zegt Appie (81) in zijn huis in Woensel-Noord, waar zijn vaste carnavalskostuum, compleet met kleurige versieringen, al aan de kapstok hangt. “Ik ben er helemaal klaar voor!” En dat blijkt: de dozen met flessen kruidendrank staan al opgestapeld. Van stoppen wil Appie niet weten. “Zolang ik kan, blijf ik het doen”, zegt hij resoluut. Daarbij komt dat jongste zoon Eddy al klaar staat om het stokje van hem over te nemen. “Dat is prachtig, maar hij moet nog maar een tijdje wachten”, lacht Appie.

Golfkarretje

Met zijn vrolijk versierd golfkarretje is Appie tijdens de optocht niet te missen. Geassisteerd door een aantal vaste carnavalsvrienden, en zijn vrouw Mieke als onmisbare rechterhand, gaan de hartversterkertjes die worden uitgedeeld erin als zoete koek. Voor de kinderen zijn er snoepjes. Appie let er altijd op dat niemand wordt overgeslagen: “Iedereen hoort erbij, jong en oud. Dat maakt carnaval zo mooi.”

Liefde en plezier

Ook tijdens het Federatiebal zijn Appie en zijn gezelschap graag geziene gasten. Ook daar worden bezoekers getrakteerd op een borreltje. “Dan schenken we zo 160 liter weg, zo’n 5.000 van die kleine borrelglaasjes”, zegt Appie. “Ik kan je verzekeren: da’s hard werken. Na zo’n avond staat het zweet me op de rug, dan heb ik het wel een beetje gehad. Maar ik doe het met liefde en plezier. Dank je wel, die drie woorden, meer heb ik niet nodig.”

Mieke vult aan: “Je staat je een ongeluk te schenken en je ziet niks anders meer dan borreltjes. Tijd om een praatje te maken is er niet, maar het is zó leuk om te doen. Als mensen hun duim opsteken, daar doen we het voor. En ja, er zijn ook mensen die geen maat kennen en maar terug blijven komen. Die wijzen we dan snel terecht.” Appie: “Als mensen een grote mond hebben, ben ik er heel snel klaar mee. Gelukkig zijn dat uitzonderingen.”

Constante

Carnaval vormt een constante in het leven van Appie. “Al heb ik het van huis uit zeker niet meegekregen”, zegt hij. “Ik was pas drie jaar toen mijn ouders van Amsterdam naar Eindhoven verhuisden. Mijn vader vond daar werk bij de Nederlandse Radiateuren Fabriek en begon later zijn eigen onderneming: de Eindhovense Radiateuren Fabriek, daar werden auto-onderdelen als radiatoren en brandstoftanks gemaakt.”

Appie volgde zijn vader in het vak en werkte maar liefst 55 jaar met volle overgave in het familiebedrijf, dat ooit aan de Frankrijkstraat begon en nu aan de Lodewijkstraat is gevestigd. Dat zijn oudste zoon inmiddels het bedrijf leidt, vervult hem met trots. “De zaak was mijn leven”, vertelt hij. “Als ik mijn leven opnieuw zou mogen doen, zou ik het precies weer zo aanpakken. Ik mis het werk nog elke dag.”

Samen feesten

Zijn eerste stappen in het carnavalsleven zette Appie meer dan vijftig jaar geleden bij de Lichtstadnarren. “De voorzitter destijds, Tonnie van Doren, was een goede vriend. Omdat ik handig was, vroeg hij me om onderdelen voor de carnavalswagen te lassen.” Wanneer hij terugdenkt aan die tijd, verschijnt er een brede glimlach. “Ik heb in mijn leven heel wat wagens gebouwd, en daardoor ben ik het carnaval echt gaan waarderen. Samen werken aan iets moois, samen feesten en gezelligheid maken, er is niks mooier dan dat! We waren soms nachten bezig”, herinnert hij zich. “Maar als die wagen dan de straat op ging… ja, dan was je trots.”

In de loop van de tijd hebben Appie en Mieke het carnaval zien veranderen. Mieke: “Het is een tijdje vrij mat geweest, maar de laatste jaren zie ik duidelijk een opleving. Zo hebben expats het feest ook ontdekt. Een mooie ontwikkeling, zij brengen extra vrolijkheid.”

Wegenwacht

Hoe is Appie eigenlijk bij Schrobbelèr terechtgekomen? “Via de Wegenwacht werd ik regelmatig opgeroepen om automobilisten met een kapotte radiator te helpen. Zo ook een vertegenwoordiger van Schrobbelèr. Hij was zó dankbaar dat ik hem had geholpen, dat hij me twee flessen Schrobbelèr cadeau gaf. Die flessen heb ik vervolgens aan de jongens op de zaak gegeven. Daar ontstond het idee om tijdens de optocht vanuit de carnavalswagen borreltjes uit te delen aan het publiek. Dat sloeg meteen aan”, vertelt Appie. “Al waren we wel heel snel door de voorraad heen.”

Nummer 6

Na enkele bezoekjes aan het Tilburgse bedrijf dat de kruidenlikeur maakt, werd de lat al snel hoger gelegd, en vonden de jaren daarna meer en meer borrels de weg naar de dorstige kelen in Lampegat. “Toen deed de gelegenheid zich voor om een golfkarretje dat Schrobbelèr gebruikte voor promotie over te nemen. Een schot in de roos”, blikt Appie terug. Sinds 15 jaar is hij met het karretje present tijdens de optocht. Steevast met nummer 6. “Mijn vaste nummer, dat is toch wel een eer.” Het golfkarretje is inmiddels een begrip: iedereen weet dat er iets lekkers aankomt.

Loopt de drankrekening bij de familie Dijk niet gierend uit de klauwen? “Ik heb met Schrobbelèr een mooie deal kunnen maken. Meer wil ik er niet over kwijt”, zegt Appie. “Ze vinden het zo leuk dat hun drankje tijdens carnaval wordt gepresenteerd aan het Eindhovense publiek, dat ik zelfs ben uitgeroepen tot ambassadeur van Schrobbelèr.” Het aanbod dat Appie gekscherend werd gedaan om naar Tilburg te verhuizen, wees hij direct van de hand.

Colaatje

Wie denkt dat mister Schrobbelèr verknocht is aan het drinken van het kruidenbitter zit er goed naast. “Ik drink geen druppel alcohol”, lacht Appie. “Mijn laatste pilsje dronk ik 48 jaar geleden. Ik zit er niet mee hoor, doe mij maar een colaatje.”

Tot slot heeft Appie nog een tip voor wie carnaval gaat vieren. “Lief zijn voor elkaar en elkaar wat gunnen, dan komt alles goed!”