Toen William Maas in 1999 vertelde dat hij een huis had gekocht in de Bennekel, reageerden veel mensen verbaasd. "Ga je dáár wonen?" William lacht er nog steeds om. "Ik dacht dat ik terecht zou komen in een wijk waar de mensen met mitrailleurs over straat liepen. Nou, ik heb nog nooit zo fijn gewoond." Ruim 25 jaar later is hij niet meer weg te denken uit de wijk. Sterker nog: hij staat bekend als de Buurtburgemeester van de Bennekel.
Door Marjolein van Hoof
Als er iets speelt in de wijk, weten bewoners, ambtenaren, wethouders en zelfs burgemeesters William Maas (54) te vinden.
William kijkt niet weg. Integendeel. Als er een brief van de gemeente op de mat valt waar een bewoner niet uitkomt, gaat de deur bij William open. Is er ruzie tussen buren, dan probeert hij te bemiddelen. En ziet hij onrecht of zaken die anders kunnen, dan staat hij bij de gemeente op de stoep.
Voor elkaar
Daarnaast is hij lid en woordvoerder van het Platform Kamerbewoning. Dankzij het platform kwamen er strengere regels voor woningsplitsing. Zo mag binnen 30 meter niet nog een tweede woning worden gesplitst. “Dan hebben mensen de garantie dat ze niet aan twee kanten een pand met kamerbewoning krijgen”, verklaart hij.
“Iedereen bij de gemeente was het hier mee eens. Ik dacht: mooi, dat is voor elkaar”, zegt hij. “Maar ja, nu zit er een nieuwe raad en zij stellen die 30-meter regel wéér ter discussie. Op het moment dat ik zoiets hoor, dan zit ik hier te bakken en te koken!”
Zelf is hij al voor verschillende politieke partijen gevraagd. "Geen denken aan”, zegt hij resoluut. "Als ik een politieke kleur krijg, dan ben ik niet meer onafhankelijk en vertegenwoordig ik niet meer de wijk.”
Gruwelijk mis
William, geboren in Breda, verhuisde in 1999 met zijn vrouw naar de Bennekel. "Vanaf de eerste dag voelde het goed. De buurman vroeg of hij kon helpen. Een dakdekker uit de straat zei: 'Als er iets is, kom ik zaterdag wel even'. Hier staan mensen nog voor elkaar klaar.”
Maar hij zag ook een andere kant van de wijk. "In die tijd werd er ’s avonds nog drugs gedeald en er was prostitutie. Ik kwam thuis van mijn werk en kon mijn eigen poort niet in. Er stond een kerel tegen mijn poort met een vrouw op haar knieën. Dat pikte ik niet, die onzin.”
De volgende dag fietste William naar het stadhuis. “Ik zei tegen burgemeester Sakkers: Als jullie dit normaal vinden, dan gaat er iets gruwelijk mis in de stad.” Tot zijn grote verbazing kwam Sakkers zelf polshoogte nemen. “Hij zei tegen me: Meneer Maas, nou snap ik wat je bedoelt."
Hij was overigens niet de enige burgemeester die bij William kwam praten. Ook Rob van Gijzel kwam over de vloer, net als Jeroen Dijsselbloem. “Na afloop zei Dijsselbloem: ik heb hier in anderhalf uur meer geleerd over de wijk dan in een maand bij mijn ambtenaren.”
En dat is precies de boodschap van William: “Praat mét de buurt, niet óver de buurt”.
Waar dat rechtvaardigheidsgevoel vandaan komt? “Ik denk van mijn opa. Hij zei altijd: als je onrecht ziet, moet je mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Niet met geweld, maar met woorden."
En dat is precies wat William ook doet. "Ik lul liever iemand onder tafel dan dat ik geweld gebruik."
Op orde
"Ik ben gewoon een simpele boerenlul", zo typeert William zichzelf. Maar wel eentje die zijn dossiers op orde heeft. Hij wijst naar een koffertje. "Daar zitten de kopieën in. De originelen liggen in de kluis. Ik vertrouw geen hond."
Als William de gemeente aanspreekt, doet hij dat niet op gevoel. "Ik heb de feiten." En die zoekt hij tot op de bodem uit. Vaak zit hij tot diep in de nacht voor zijn computer.
En dat is nodig, want volgens hem gaat er veel mis in de stad. “Vergeet de gewone Eindhovenaar niet. Een wijk moet wel een wijk blijven”, is zijn belangrijkste boodschap.
Nooit als Amsterdam
“Onze burgemeester zei een paar jaar geleden nog: Wij worden nooit zoals Amsterdam, waar de elite het centrum heeft overgenomen en de gewone burger naar buiten is gedreven. Toen dacht ik nog: Chapeau! Maar wat gebeurt er nou? De bewoners van Eindhoven tellen niet meer mee. De gewone man kan hier al lang geen huis meer kopen. Buurtbewoners maken zich zorgen: Wij zijn Blauwbuiken en onze kinderen willen hier ook blijven wonen, maar dat kan niet.”
Zelf hebben William en zijn vrouw geen kinderen. “Maar we hebben wel veel contact met de buurtkinderen, die noemen ons oom en tante. Als ik hoor dat ze iets uitvreten, dan spreek ik ze erop aan. En als ze zich gedragen, dan krijgen ze een schouderklopje. Ik geloof in positieve beloning en niet alleen in een bestraffend vingertje. Zo zou handhaving er ook in moeten staan. Niet alleen maar komen als er iets aan de hand is, maar ook eens gewoon een kijkje nemen.”
Zoals de nieuwe gebiedscoördinator dat doet. “Die jongen is geweldig. Als er iets is, pakt ie z’n fietsje en is hij er. Maar ook als er niks is, komt hij om een praatje te maken met iedereen. Dat doet de mensen goed”, knikt hij.
Knoerhard werken
“De Bennekel heeft toch al een naam. Als je leest hoe de gemeente over deze wijk schrijft: laaggeletterdheid, veel werkloosheid. Als ik om me heen kijk dan zie ik mensen die knoerhard werken. De meesten zijn bezig om het netjes voor elkaar te hebben. Ik kan zo pissig worden wanneer er iemand in zo’n blauw pantalonnetje, die niet eens in Eindhoven woont, mij komt vertellen hoe mijn wijk in elkaar zit. Daar kan ik niets mee.”
Sociale betrokkenheid, dat is de grootste kracht van de Bennekel, vindt William. "Hier wonen meer dan zestig nationaliteiten. Mohammed loopt hier met Jan, Ismaël met Kees. Ze groeten elkaar. Ze helpen elkaar. En die kracht vergeet de gemeente.”
Voor al zijn inzet kreeg William in 2016 de Vrijwilligerspenning van de gemeente Eindhoven. Een mooie waardering, vindt hij. "Maar ik doe het daar niet voor. Ik had liever gehad dat er tegelijk weer een paar problemen waren opgelost."
Pijn
De passie waarmee hij zijn betoog houdt, doet niet vermoeden dat hijzelf ook behoorlijk wat te verduren heeft. William heeft namelijk al een aantal jaren een hersentumor die ze niet kunnen weghalen. Door de vermoeidheid die hiermee gepaard gaat, moest hij afscheid nemen als steward bij PSV. “Dat is nu zo’n zeven jaar geleden, maar dat doet nog altijd pijn. Ik mis de fijne collega’s die ik daar had en de warmte”, vertelt hij.
De hersentumor is stabiel, maar er zijn dagen dat hij knallende hoofdpijn heeft. "Dan denk ik: ik blijf liggen." Maar als de deurbel gaat, staat hij toch op. "Misschien kan ik iemands dag een beetje beter maken. Dat helpen geeft mij juist energie."
De Bennekel veranderde de afgelopen 25 jaar. Er kwamen nieuwe bewoners, nieuwe uitdagingen en nieuwe discussies. Maar één ding bleef hetzelfde: William Maas die opkomt voor zijn wijk.
Of hij ooit stopt? Hij lacht. "Zolang ik iets kan betekenen voor de mensen hier, ga ik door. Als ik het niet meer doe... wie doet het dan?"
