Zeventig jaar wetenschap, innovatie en maatschappelijke impact: de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) viert dit jaar een bijzonder jubileum. En wie over de historie spreekt, kan niet om Hans van Duijn heen. Als oud-rector magnificus gaf hij tussen 2005 en 2015 leiding aan een ingrijpende transformatie van de universiteit, de plek waar hij zelf in de jaren ’70 studeerde. ”De TU/e heeft een belangrijk deel van mijn leven gevormd en getekend.”

Door Marjolein van Hoof

Dat Hans van Duijn (76) ooit het boegbeeld zou worden van de TU/e, lag op de lagere school allerminst voor de hand. ”Ik kom niet uit een gezin waarin gestudeerd werd”, vertelt hij. ”Als jongen was ik vooral veel buiten te vinden en heel druk met mijn gitaartje.”

Van Duijn werd geboren in Rotterdam. ”In de jaren ’50 zijn mijn ouders naar Vlissingen verhuisd. Daar ging het met mij supermatig op school. Ik werd weggestuurd van de HBS en ging naar de Mulo.”

De verhuizing van het gezin naar Eindhoven bracht de ommekeer. ”Ik was mijn vriendjes kwijt en moest mijn weg opnieuw vinden. Ineens, door er simpelweg tijd in te steken, werd ik het beste jongetje van de klas. Ik ben daarna naar de HTS in Eindhoven gegaan, waar ik natuurkunde deed.”

Gouden tijd

Begin jaren ’70 stapte Van Duijn voor het eerst als student Technische Natuurkunde de campus op van de toenmalige Technische Hogeschool (TH), nu de universiteit. Het bleek het begin van een gouden tijd. ”We hadden een aantal hartstikke goede docenten en ik heb er heel veel geleerd, waar ik tot op de dag van vandaag nog plezier van heb. De sfeer was geweldig. De mensen hadden tijd voor je, je kon altijd binnenstappen bij een hoogleraar”, vertelt hij.

”Mijn vrouw Mieke en ik zijn heel vroeg getrouwd, toen ik nog studeerde. We woonden op een flatje aan de Karel de Grotelaan. Ik speelde nog gitaar – dankzij mijn gitaar heb ik mijn vrouw zelfs leren kennen bij een cabaret – en politiek gezien was ik vrij links. Het was ook de tijd van de demonstraties, tegen de Vietnamoorlog en zo. Daar deed je als student aan mee. In mijn spijkerjekkie met een pakje zware shag in mijn borstzak”, grinnikt hij.

Zwerftocht

Van Duijn raakte gefascineerd door de wiskunde – ”de taal van de natuurkunde” – en studeerde cum laude af. Hij verliet Eindhoven en promoveerde uiteindelijk in Leiden. Wat volgde was een academische zwerftocht van 25 jaar: van een postdocperiode in de Verenigde Staten, waar hij met zijn jonge gezin met drie kinderen woonde, tot functies bij Deltares, de TU Delft, Universiteit Leiden en het Centrum voor Wiskunde en Informatica.

Pas in 2000 keerde hij terug op het oude nest in Eindhoven, als hoogleraar Toegepaste Analyse. De campus riep nostalgische gevoelens op. ”De tijd leek stil te hebben gestaan. Net als vroeger zaten mensen in de kantine een potje te toepen, dat zag je in het westen nooit. En er stonden nog steeds dezelfde gebouwen. Er was heel weinig veranderd. Later, tijdens mijn rectoraat, is de hele campus op de schop gegaan.”

Ambities

Toen Van Duijn in 2004 decaan werd en in 2005 aantrad als rector magnificus, wachtte hem een grote uitdaging. ”Ik was natuurlijk nog niet een heel ervaren bestuurder.” Toch was zijn ambitie helder: ”Zorgen dat je voldoende goede mensen kunt vinden voor de universiteit en zorgen dat er voldoende studenten zijn die goed opgeleid worden. Bottomline zijn dat de belangrijkste doelen voor een rector.”

In die tijd was de instroom van nieuwe studenten laag. ”Zo’n duizend studenten per jaar. Dat is voor een universiteit echt te weinig. Bovendien viel in het eerste jaar bijna de helft uit, deden studenten eindeloos lang over hun studie en waren er nauwelijks vrouwelijke studenten. Bij een belangrijke faculteit als Elektrotechniek kwamen landelijk bij de drie TU’s niet eens tweehonderd eerstejaars binnen. Terwijl zij het licht aan moeten houden en bedrijven als Philips en ASML zaten te springen om ingenieurs.”

Nieuwe koers

Van Duijn verzamelde de juiste mensen om zich heen en zette het roer radicaal om. Onder zijn leiding werd onder meer het Bachelor College in het leven geroepen: een breder en flexibeler onderwijsstelsel, waarin vakgebieden werden gecombineerd en maatschappelijke vraagstukken meer aandacht kregen. ”We lieten zien wat je met techniek kunt bouwen, zoals de couveuse van de toekomst. Daarmee verander je de uitstraling van de studie.”

De hervormingen riepen aanvankelijk de nodige weerstand op bij behoudende docenten. Toch zette de rector door. De instroom van Nederlandse studenten en het aantal vrouwelijke studenten stegen fors.

Daarnaast werden de pijlen meer gericht op internationale studenten. ”We reisden bijvoorbeeld twee keer per jaar naar China om voorlichting te geven bij universiteiten: Kom naar Eindhoven! Er was ook een beurzenprogramma dat gesteund werd door het bedrijfsleven. En zo ondernamen we van alles om te zorgen dat die instroom omhoogging.”

Ook het vergroten van de diversiteit onder het wetenschappelijk personeel bleef in de jaren daarna een belangrijk thema voor de universiteit, die later onder meer een voorkeursbeleid voor vrouwelijke wetenschappers invoerde. ”Achteraf ben ik enorm trots op die onderwijstransformatie. Soms moet je een beetje reuring durven veroorzaken en iets doen wat niemand anders doet.”

Van de stad

Een belangrijk speerpunt tijdens de tien jaar van zijn rectoraat was het verbinden van de academische wereld met de inwoners van Eindhoven. ”De universiteit is van de stad”, benadrukt Van Duijn. ”Inwoners zien de gebouwen, ze zien de studenten, we wonen en werken er samen. Dan moet je ook iets terugdoen.”

Het 50-jarig jubileum in 2006, waarbij koningin Beatrix de campus bezocht – ”Ik mocht haar toespreken” – markeerde de start van een nieuwe gewoonte: de universiteit ging letterlijk de stad in. Jaarlijkse academische zittingen (Dies Natalis) werden gehouden in de Paterskerk en lustrumvieringen in de Catharinakerk. In vol ornaat, gehuld in toga’s, liep het cortège over de Vestdijk.

Die symbiose is alleen maar belangrijker geworden met de enorme groei van de Brainport-regio. ”De TU is de motor voor de innovatie en de leverancier van talent voor bedrijven in de regio. Andersom brengen experts uit het bedrijfsleven als deeltijdhoogleraar waardevolle praktijkkennis naar de collegezalen.”

Toekomst

Sinds 2015 is Van Duijn formeel met pensioen als rector, al staat het woord ‘stilzitten’ niet in zijn woordenboek. Hij is nog altijd actief in adviescommissies, werkt samen met wiskundigen en heeft op de TU/e zelfs nog een gastkamertje bij de faculteit Werktuigbouwkunde.

Als hij naar de toekomst van de Eindhovense universiteit kijkt, ziet hij één grote uitdaging: het werven van voldoende bètatalent. ”Het grootste probleem ligt momenteel bij de middelbare scholen. Scholieren kiezen helaas nog te weinig voor een Natuur & Techniek-profiel. We hebben in Nederland simpelweg meer mannen én vrouwen nodig die kiezen voor bèta en techniek. Dat blijft de belangrijkste uitdaging voor de toekomst.”

Wanneer hem tot slot wordt gevraagd wat de universiteit voor hem persoonlijk heeft betekend, valt er een korte stilte. ”Het heeft een cruciaal deel van mijn leven gevormd, zowel in mijn carrière als persoonlijk. Ik heb er vriendschappen voor het leven gesloten. Van alle kanten zit de TU/e in mijn systeem.”