Trots is Hans van den Boogaard uit Eindhoven in de eerste plaats, maar vooral ook blij dat er erkenning is voor de ervaringen die hij en duizenden Nederlandse militairen met elkaar delen. De indrukken die hij in 1983 opdeed als dienstplichtig militair in Libanon zijn in zijn geheugen gegrift. Dat hij voor veel van zijn dienstmakkers ook jaren daarna een steun en toeverlaat bleek, was reden genoeg om hem te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. “Da’s best bijzonder, ja.”
Door Rob Weekers
Nu het stof van zijn benoeming tot Ridder een beetje is neergedaald, zit Hans (61) in zijn huis in Woensel nog na te genieten van de dag dat hij met een smoes naar Den Haag werd gelokt, om door minister van Defensie Ruben Brekelmans te worden gedecoreerd. “Toen ik daar mijn oud-kapitein Peter van Uhm en pelotonscommandant Olav Veldhuizen zag, ging er een lichtje branden”, lacht Hans. “Dat mij zoveel eer te beurt zou vallen, had ik nooit verwacht.”
De Treffer
Voor de aanvraag van de onderscheiding tekende Esther Kuijl, een zus van de overleden Libanon veteraan waarvoor Hans veel heeft gedaan. Daarnaast speelde zijn inzet voor Veteranen Ontmoetingscentrum De Treffer een belangrijke rol. In dit centrum aan de Smitsstraat vinden veteranen en hun familie steun aan elkaar. “Belangrijk dat er het er eindelijk is gekomen”, zegt Hans.
Een jonge gast van 18 was hij toen hij zich in september 1982 als dienstplichtig militair meldde in Oirschot. “Als derde broer in de familie gold voor mij broederdienst, ik was niet dienstplichtig”, vertelt hij. “Toch heb ik me gemeld. Op school was het allemaal niet zo lekker gegaan. Dyslexie, bleek achteraf, maar dat begrip was toen nog onbekend.”
Hans was nog maar kort onder de wapenen toen Defensie dienstplichtigen polste voor uitzending naar Libanon. “We kregen een voorlichtingsfilmpje te zien”, herinnert Hans zich. Toen na afloop van de vertoning werd gevraagd wie er eventueel interesse had om te dienen in Libanon, twijfelde Hans geen moment. “Ik stak direct mijn hand op.”
Andere wereld
Een andere wereld, een andere realiteit, zo herinnert Hans zich zijn kennismaking met Libanon. Dat begon al in het vliegtuig. “Toen we Beiroet naderden, zagen we de rookpluimen al. Vanuit de lucht was de chaos goed te zien. Toen maakten we kennis met een andere werkelijkheid, eentje waar we in Nederland niet op waren voorbereid”, blikt Hans terug. “Maar goed, je had het er maar mee toe doen, een andere keuze was er trouwens niet.”
Hans is een van de ruim 8.000 soldaten die tussen 1979 en 1985 zijn uitgezonden naar Zuid-Libanon. Zij maakten deel uit van de eerste grote Nederlandse vredesmissie die zich verbond aan UNIFIL (United Nations Interim Force in Lebanon). De ‘blauwhelmen’ vormden op de zuidgrens van Libanon en de noordgrens van Israël een buffer tussen de strijdende partijen, en hadden vooral een waarnemende taak. Voertuigen controleren op wapens, bijvoorbeeld.
Waakzaam zijn
“Maar vergis je niet, het was best link daar”, zegt Hans. Beschietingen van aanhangers van Majoor Haddad van het South Lebanon Army (SLA) op de controleposten waar de Nederlandse blauwhelmen zich bevonden, waren aan de orde van de dag. “Razendsnel je aanpassen, een andere keuze was er niet”, blikt hij terug. “En vooral waakzaam zijn, 24 uur per dag.” Boobytraps, sluipschutters, intimidatie, een commandopost die onder vuur werd genomen, het werd voor de Nederlandse jongens in Libanon bijna dagelijkse kost. “Je moet er maar tegenkunnen”, stelt Hans. “Ik kon het redelijk handelen, heb er geen trauma’s aan overgehouden. Sterker nog: dankzij mijn ervaringen die ik in Libanon had opgedaan, vond ik al snel een baan in de bewaking”, zegt Hans, die tegenwoordig als hoofdconducteur werkzaam is voor de NS.
Weerzien
Dat een deel van zijn Libanon-maten niet helemaal ongeschonden van hun missie zijn teruggekeerd, besefte Hans pas echt goed toen hij in 2005 samen met anderen de reis ‘Weerzien met Libanon’ maakte. “Voor mij was het een soort vakantiegevoel, maar ik merkte als snel dat niet iedereen dat zo voelde”, vertelt Hans, die zich toen pas echt goed realiseerde wat voor littekens de vredesmissie bij sommigen had nagelaten. Een aantal van hen bleek te kampen met PTSS, post-traumatische stressstoornis, weer anderen zaten nog vol met onverwerkte emoties, voelden zich niet begrepen of niet gehoord.
Dat moest anders, vond Hans, die in 2006 een van de voortrekkers was om een zo groot mogelijke groep Libanongangers en hun familie bij elkaar te krijgen om de viering van Veteranendag luister bij te zetten. Toenmalig burgemeester van Eindhoven, Alexander Sakkers, had zo’n 200 veteranen in gedachte. Dat pakte net iets anders uit. Zo’n 3.000 mensen gaven gehoor aan de oproep, waaronder een dikke 1.600 veteranen. “Een mooi resultaat”, blikt Hans terug. “Ik heb in de loop van de jaren best een groot netwerk opgebouwd, heb altijd contacten met de kameraden van toen onderhouden”, zegt Hans, die zichzelf omschrijft als een ‘doener’, en ‘regelneef’. “Op internet heb ik uren gezocht om adressen en telefoonnummers boven water te krijgen.”
Speurwerk
Op eigen initiatief hield Hans contact met zijn dienstmakkers, bezocht ze regelmatig, bracht hen in contact met hun oud-commandant Peter van Uhm, en gaf advies over mogelijke ondersteuning. Zijn zoektocht bracht Hans in contact met mensen die hij al decennia niet meer had gesproken. “Het mooie is: als ik iemand na veel speurwerk eindelijk aan de telefoon kreeg, was het net of we elkaar gisteren nog hadden gesproken, kun je nagaan hoe close we toen als jongens onder elkaar waren.”
Kameraden
Met de Veteranendag werd duidelijk dat er voor de Libanongangers behoefte was om elkaar vaker te zien, ervaringen te delen. Het leidde ertoe dat in 2006 Stichting De Treffer werd opgericht; twee jaar later kreeg de stichting in april 2008 aan de Smitsstraat een eigen onderkomen: Veteranen Ontmoetingscentrum De Treffer. “Niet alleen voor Libanongangers, maar ook voor bijvoorbeeld mensen die in Bosnië of Nederlands-Indië hebben gediend en hun familie”, verduidelijkt Hans. ”Sakkers heeft ons flink gesteund, daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor.”
Het belang van elkaar ontmoeten? Hans kan er kort over zijn. “Onder elkaar hebben we aan een half woord genoeg. De gedeelde ervaringen zijn de basis. Het scheelt een hoop dat we elkaars problemen kunnen begrijpen als dat nodig is. Hoe verschillend we ook zijn, in Libanon zijn we kameraden voor het leven geworden.”
Rode draad
Hoewel de situatie in het Midden-Oosten sinds jaar en dag onstabiel is, geeft Hans er de voorkeur aan niet al te veel tijd te spenderen aan de achtergronden daarvan. “Politiek en religie, daar doe ik niet aan”, klinkt het stellig. Neemt niet weg dat de terreuractie van 7 oktober 2023, die de regio volledig op hun kop heeft gezet, religieus en politiek gemotiveerd is. “Dit doet me toch wel wat”, zegt Hans, als hij op zijn telefoon een filmpje laat zien van verwoeste huizen in Libanon. De video is afkomstig van een van de vele kennissen die hij er heeft. “Veruit de meeste mensen kunnen er niets aan doen wat er allemaal gebeurt, dat is nog het ergste van alles.”
Of het ooit nog goed komt in de regio, en in het bijzonder Libanon, weet Hans ook niet. Wél dat er genoeg lessen te leren zijn. “Het besef dat we hier in Nederland in een hartstikke fijn land leven, wordt door veel mensen nog wel eens vergeten.” Vrede is niet zo vanzelfsprekend als het eruitziet, wil Hans maar zeggen.
