Gewapend met camera trekt Laurens Mulkens wekelijks de stad in om nieuwbouwontwikkelingen te volgen en vast te leggen. Iets wat hij zestig jaar geleden ook al deed. Als 15-jarige jongen volgde hij de geboorte van het Evoluon op de voet. Nu het futuristische gebouw deze maand zijn 60-jarig jubileum viert, komen de unieke plakboeken die hij destijds maakte eindelijk uit de kast voor het grote publiek.
Door Marjolein van Hoof
Die passie om de transformatie van de stad vast te leggen, komt voort uit verliefdheid. Laurens is namelijk nog altijd verliefd op ‘zijn’ Eindhoven, de stad waar hij geboren en getogen is. En die liefde gaat al een heel leven mee. In 1965, als 15-jarige jongen, begon hij de groeiende stad met een camera vast te leggen. ”Ik fietste altijd van Woensel waar ik op school zat naar Strijp waar we woonden. Op die route werd er volop gebouwd, ook door Philips”, vertelt Laurens.
“Ik vond nieuwbouw toen al fascinerend omdat ik Eindhoven graag modern wilde zien. Met de camera van mijn vader maakte ik mijn eerste foto. Dat was van de bouw van de Boerenleenbank aan de Fellenoord.”
Dagelijks op de tribune
Het échte spektakel volgde toen Philips ter ere van het 75-jarig jubileum startte met de bouw van het Evoluon. Speciaal voor geïnteresseerde Eindhovenaren stond er een tribune langs de bouwplaats, waar Laurens bijna dagelijks te vinden was. ”Mijn vrienden hielden van voetballen, maar ik niet, dus ging ik daarheen”, verklaart hij eenvoudig.
Als student aan de LTS was Laurens geïnteresseerd in techniek en gefascineerd door de manier waarop het Evoluon werd gebouwd. “Hoe de iconische koepel met 169 kilometer aan staalkabel bijeen werd gehouden; het was een hele bijzondere constructie. Mijn eerste spreekbeurt ging dan ook over het Evoluon. Het verhaal dat ik in de klas vertelde, en de tekeningen, zijn ook terug te vinden in een van de plakboeken.”
Winterse ontsnapping
Nadat het gebouw in 1966 officieel werd geopend, verhuisde Laurens zijn hobby naar de binnenkant van het Evoluon. In de koude wintermaanden bood de futuristische schotel hem de ideale ontsnapping.
”De zondag was altijd een heel saaie dag, vooral in de winter. Het was te koud om buiten te spelen en ook boven op je kamer was het koud. En als mijn ouders een dutje deden in de woonkamer, moest je stil zijn. Dus ging ik twee jaar lang iedere zondag naar het Evoluon. Het gevoel in dat gebouw was gewoon bijzonder, en natuurlijk ook de expositie. Deze ging over de evolutie van industrie, wetenschap en techniek. Ik ben talloze keren met de glazen lift op en neer gegaan”, grinnikt hij.
Alles wat in die jaren over het gebouw werd gepubliceerd, verzamelde hij. Krantenknipsels, plattegronden, folders, technische rapporten en zijn eigen foto’s verdwenen in drie dikke plakboeken. De albums overleefden verschillende verhuizingen, maar bleven zestig jaar lang in een doos in de kast staan.
“Er was nooit echt een gelegenheid om die boeken aan iemand te laten zien”, zegt hij schouderophalend.
Tot nu. Het Evoluon viert zijn 60-jarig bestaan en Next Nature, het museum dat er nu gevestigd is, hoorde van Laurens’ unieke verzameling en benaderde hem. “Ik heb ze mijn mappen laten zien en zij hebben me uitgenodigd om deze te tonen aan het publiek tijdens de feestelijke avond op 25 september. Iets wat ik zestig jaar geleden deed, is nu nog actueel en dat vind ik bijzonder.”
Rode draad
In de mappen is ook aandacht voor de Philips Beiaard, die destijds als losse toren bij het Evoluon werd gebouwd, aan de andere kant van de Tilburgseweg. “Het was een geschenk van het Philips Personeel aan de directie. Veertig jaar geleden zei Philips: hij staat daar niet goed, want niemand hoort hem. Toen is de beiaard verhuisd naar de Catharinakerk, waar hij nu nog steeds dagelijks bespeeld wordt.”
Daarmee is niet alleen het Evoluon extra bijzonder voor Laurens – het was immers de basis voor zijn fotografie – maar ook de beiaard. Laurens is vandaag de dag namelijk medebeheerder van de Catharinakerk.
“Allebei vormen ze een rode draad door mijn leven. Het cirkeltje is rond.”
