Parijs was zijn grootste inspiratiebron. En dan vooral Montmartre, waar karikaturisten hun prenten maken en verkopen. Zelf tekende Harold Hugenholtz (62) jarenlang voor de V&D in de Eindhovense binnenstad. De opmaat naar een glansrijke carrière, waarin hij een veelgevraagd artiest is voor evenementen in heel Europa. Dit jaar zit hij officieel 35 jaar in het vak. Het geheim van een goede karikatuur? “Het moet op de lachspieren werken én goed lijken.”
Door Marjolein van Hoof
Ontelbare gezichten heeft Harold Hugenholtz getekend. Van passanten tot bekende Nederlanders. “En uiteraard bekende Brabanders”, vertelt Harold. Guus Meeuwis bijvoorbeeld, Frank Lammers en Theo Maassen. “Ik heb Theo destijds nog gesproken: hij was er wel blij mee geloof ik. Afgelopen jaar heb ik Christel de Laat getekend voor haar voorstelling. Zij is een heel markant, eigenzinnig typetje: dat is natuurlijk altijd leuk om te tekenen.”
De uitstraling van iemand, dát is wat Harold in zijn karikaturen wil vastleggen. “Dus echt niet alleen maar een grote neus uitvergroten. Het gaat om het geheel. En door mijn ervaring zie ik eigenlijk in één oogopslag hoe de verhoudingen zijn.” Als sneltekenaar heeft hij vervolgens maar een paar minuutjes nodig om een creatie te maken.
Het maakt hem een veelgevraagd artiest in heel Europa, maar het is in Eindhoven waar Harold tot bloei kwam als karikaturist. Hier volgde hij de Grafische School, begon als tekenaar voor de V&D en werkte hij vanuit verschillende plekken in de stad. “Ik begon in een garagebox aan de Paradijslaan, later ging ik naar de Kleine Berg en de Stratumsedijk.”
Bovendien was hij de initiatiefnemer van het sfeervolle festival Montmartre op de Bergen, dat van 2010 tot 2015 op de Kleine Berg internationale karikaturisten bij elkaar bracht.
Op naar Parijs
De overtuiging dat hij van tekenen zijn vak wilde maken, ontstond al op jonge leeftijd. “Vooral door de tekeningen van Wouter Lap in de Panorama in de jaren zeventig”, herinnert Harold zich. “Die vond ik geweldig.”
De echte creatieve vlam sloeg echter over in Parijs. Als kind ging hij met zijn moeder naar de Franse hoofdstad. Zijn schriftje van de basisschool, vol tekeningen van bekende Nederlanders, nam hij mee. “Van Mies Bouwman bijvoorbeeld, Ted de Braak en Joop den Uyl.”
De romantiek van de stad liet hem niet meer los. Als 17-jarige toog hij alleen naar Parijs om een week lang op straat te tekenen. “Daar heb ik geleerd met welke materialen je het beste kon werken om efficiënt, goedkoop en makkelijk karikaturen te maken: met een simpel krijtje en glad papier. Ik keerde apetrots terug naar huis.”
Basis voor succes
In de jaren die volgden bracht Harold vrijwel iedere zomervakantie door in Parijs, maar zocht hij ook dichter bij huis het publiek op. Jarenlang tekende hij in de Eindhovense binnenstad, pal tegenover de V&D.
“Dat ging goed, vooral tijdens de Sinterklaaskoopavonden. De eigenaar van de nabijgelegen schoenenwinkel gooide dan een verlengsnoertje uit, zodat ik leuke verlichting had bij mijn twee parasolletjes. Ik zat daar soms in de ijzeren kou, met van die handenwarmers en een dekentje over mijn benen”, lacht hij.
Het was de basis voor zijn latere succes. In 1991 werd de droom officieel en schreef Harold zich in bij de Kamer van Koophandel. Hij werkte twee jaar voor het tijdschrift Panorama en verscheen in de jaren negentig op televisie, onder meer bij de Vijf Uur Show en Carlo en Irene.
Digitaal pionieren
Hoewel Harold zichzelf absoluut niet als technisch omschrijft, speelde hij eind jaren negentig een pioniersrol in Europa. Een Duitse fabrikant vroeg hem om op een beurs een prototype van een digitaal tekenscherm te demonstreren. Harold was meteen verkocht en schafte het apparaat aan. Daarmee groeide hij uit tot de eerste digitale karikaturist van Europa.
Het digitale tekenen leverde hem veel internationale opdrachten op. Grote bedrijven boekten hem als sneltekenaar voor internationale beurzen en nog altijd is hij een veelgevraagd artiest op evenementen.
“Daar maak ik ook wel een show van. Ik heb bijvoorbeeld een opstelling waarbij mensen mij niet direct zien, maar alleen een groot beeldscherm. De camera pakt iemand uit het publiek en op het scherm zie je live hoe ik diegene teken.”
Met zijn compagnon Sandor Paulus treedt hij tegenwoordig op met een digitale tekenkist. “Wij tekenen op een tablet en mensen kunnen direct meekijken.”
Sinds kort heeft hij bovendien een nieuwe act. “Door de internationale festivals ben ik in contact gekomen met een marionettenmaker in Italië. Die heeft een alter ego van mijzelf gemaakt dat ook écht kan tekenen. Ik wil in de toekomst graag vaker met die marionet optreden.”
Trots
Als Harold terugkijkt op 35 jaar zelfstandigheid, overheerst de trots over zijn zakelijke succes. “In onze samenleving wordt creatief ondernemerschap, en zeker als het om tekenen gaat, al gauw afgedaan als ‘kunstenaar’ of ‘gesubsidieerd’. Er worden altijd grapjes over gemaakt. Maar je kunt prima zelfredzaam zijn met tekenwerk. Ik ben er ontzettend trots op dat ik 35 jaar lang puur met mijn karikaturen mijn eigen broek heb kunnen ophouden.”
Ter gelegenheid van zijn jubileum exposeert Harold momenteel een selectie uit zijn werk, dat voorheen vooral via social media te zien was. De tekeningen zijn nu voor het eerst groot uitgeprint en bij elkaar gebracht.
“Ik had ze nooit allemaal live bij elkaar gezien”, zegt Harold trots. “Als je dat nu voor het eerst op groot formaat bij elkaar ziet hangen, is dat heel bijzonder.”
De tentoonstelling is tot en met 11 oktober gratis te bezichtigen in Borrellokaal De Afzakkerij aan de Verlengde Noordkade in Veghel. Geopend van woensdag tot en met zondag van 14.00 tot 01.00 uur. Kijk voor meer informatie op:
