De beroepsbrandweer van Eindhoven bestaat 85 jaar. Dat wordt zaterdag 3 oktober gevierd met een open dag op de brandweerposten Eindhoven Centrum en Woensel. Bezoekers kunnen er historische en moderne voertuigen bekijken, demonstraties bijwonen en een kijkje nemen achter de schermen. Maar achter al dat materieel schuilen vooral de verhalen van de mensen die dag en nacht voor de stad klaarstaan. Groot Eindhoven ging in gesprek met drie generaties brandweermannen over hun vak, de bijzondere band met collega's en wat er in al die jaren veranderde.
Door Marjolein van Hoof
Pensionado Hein Smulders (68) maakte ruim dertig jaar deel uit van de Eindhovense beroepsbrandweer. Ties Geerts (46) wist als klein jongetje al dat hij brandweerman wilde worden en werkt er sinds 2001. Daan van der Steijn (25) behoort tot de jongste generatie en werkt inmiddels bijna vier jaar in de parate dienst.
De Eindhovense beroepsbrandweer ontstond in 1941, tijdens de Duitse bezetting. De bezetter stelde een beroepsbezetting in en na de oorlog bleef die in stand.
Sindsdien veranderde het vak enorm. Van stadskennis uit het hoofd naar navigatiesystemen, van de oude 'niet zeuren'-cultuur naar aandacht voor mentale nazorg. Maar één ding blijkt nauwelijks veranderd: de bijzondere band tussen collega's.
Warm bad
Hein kwam in 1983 bij de vrijwillige brandweer van Eindhoven en stroomde een kleine drie jaar later door naar de beroepsbrandweer. "Hier viel alles voor mij op zijn plaats", vertelt hij. "Het voelde als een warm bad."
De jonge Daan beaamt dat. Volgens de mannen ontstaat die bijzondere band tussen collega's met name door de 24-uursdiensten. "We voeren werkzaamheden uit, trainen, eten en kijken tv met elkaar, en uiteraard ga je samen naar een melding. Omdat je zo lang bij elkaar bent, bespreek je ook vaker privézaken met collega's. Er ontstaat een stuk saamhorigheid. Dat schept echt een band."
Dat maakte voor Hein zijn pensioen, nu tien jaar geleden, ook ingrijpend. Op zijn laatste werkdag werd hij met een brandweerauto naar huis gebracht. "En dan sluiten ze de deur achter je kont en dan kom je er niet meer in", zegt hij met een knipoog. En dan serieuzer: "Ik denk dat ik een jaar of twee nodig heb gehad om het los te laten."
Met de paplepel
Voor Ties was de brandweer al vroeg onderdeel van zijn leven. Zijn vader werkte zo'n 25 jaar als beroepsbrandweerman. De kazerne aan de Deken van Somerenstraat kende Ties dan ook lang voordat hij er zelf ging werken. "Wij gingen op zondag, met mijn moeder en mijn broertje en mijn zusjes, op bezoek bij ons pap op de kazerne." Hier voetbalde hij als jongetje beneden in de sportzaal en klom hij in de brandweerwagens. Ties wist dan ook al vroeg wat hij later wilde worden: voetballer óf brandweerman. "Voetballer was moeilijker", zegt hij lachend. In 2001 begon hij bij de gemeentelijke brandweer in Eindhoven, tien jaar later werd hij bevelvoerder en sinds dit jaar is hij teamleider.
Ook Daan is niet de eerste brandweerman in de familie. Als tienjarig jongetje nam zijn neef, die bij de vrijwillige brandweer zat, hem al mee naar de kazerne. Daar keek hij zijn ogen uit tussen de grote wagens. En de familiegeschiedenis gaat nog veel verder terug, want ook zijn overgrootopa zat bij de brandweer.
Daan was zelf nog maar 18 jaar toen hij bij de vrijwillige brandweer in Deurne ging. "De eerste keer dat die pieper gaat, ja, dan schiet je natuurlijk superhoog in je adrenaline. Je eerste brand of het eerste dodelijke ongeval: dat vergeet je nooit meer."
Magere Hein
Het brandweerwerk kent ook luchtigere verhalen. Hein herinnert zich een kind dat in een rioolbuis was gekropen en klem kwam te zitten. "Ik ben magere Hein", vertelt hij met een glimlach. "Hein ging gestrekt de pijp in." Hij wist het voetje los te krijgen en het kind kon eruit. "Dat hadden andere omstanders natuurlijk ook kunnen doen."
Ties knikt: "Mensen bellen echt voor van alles de brandweer. Als ze het gewoon niet meer weten, dan bellen ze ons."
De andere kant van het vak is minder luchtig. De brandweer heeft inmiddels zo'n vijftien jaar een reanimatietaak als voorpost voor de ambulancedienst. Vooral incidenten met kinderen kunnen hard aankomen, vertelt Ties. "Als zo'n incident dan eindigt in een overleden kind, ja, dat is heftig."
Waar vroeger vooral een machocultuur van 'niet zeuren' bestond, is er tegenwoordig aandacht voor mentale nazorg. Na heftige incidenten kan het Team Collegiale Ondersteuning aansluiten bij de nabespreking op de kazerne. "Waar je vandaag geen last van hebt, daar kun je over een jaar wel last van krijgen", zegt Ties. "Dus die zorg is belangrijk."
Van stadskennis naar hightech
Ook technisch veranderde er veel. Tegenwoordig zijn pakken lichter en beter beschermend, bevatten helmen communicatieapparatuur en beschikken voertuigen over navigatie en moderne informatiesystemen.
Vroeger was vooral stadskennis essentieel. "Ik heb dertig jaar door Eindhoven gereden. Je kende de stad als je broekzak en wist je het niet, dan moest je het stratenboek raadplegen", vertelt Hein.
Ook de branden veranderen. Woningen zijn beter geïsoleerd en zonnepanelen en elektrische auto's brengen nieuwe uitdagingen met zich mee. De materialen in woningen zijn eveneens veranderd, wat invloed heeft op hoe een brand zich ontwikkelt.
Hein: "Eindhoven heeft altijd bekend gestaan als een gerenommeerd en vooruitstrevend korps. Zeker in de tijd dat we ook nog de Philips-brandweer hadden, die zelfs nog beter uitgerust was."
In 2014 maakte de gemeentelijke brandweer definitief plaats voor de regionale brandweer Brabant-Zuidoost. Materieel en specialismen werden meer over de regio verspreid. Volgens Ties met een duidelijk doel: "Dat elke gemeente dezelfde brandweerzorg kan hebben."
Een kazerne als thuis
En dan is er de kazerne aan de Deken van Somerenstraat. Een plek waar generaties brandweermensen lange diensten doorbrachten, samen uitrukten en lief en leed deelden.
Of de kazerne over een aantal jaar nog op dezelfde plek staat, is de vraag. De politiek denkt na over een verhuizing, onder meer vanwege de veroudering van het huidige gebouw en de stedelijke ontwikkeling in de binnenstad.
Voor de mannen is dat enerzijds begrijpelijk, maar afscheid nemen van deze geliefde plek zal niet makkelijk zijn. "Er wordt al zo lang gesproken over een mogelijke verhuizing, dus we wachten het maar af", zegt Ties.
Misschien is dat wel de rode draad door 85 jaar beroepsbrandweer: het materieel, de gebouwen, de incidenten en de organisatie veranderen, maar één ding blijft hetzelfde. "Dit vak doe je altijd samen met je collega's", zegt Hein.
"Het is een prachtig en dankbaar beroep", vervolgt hij, terwijl hij zich tot de jonge Daan richt. "Dus blijf voorlopig hier maar zitten waar je zit."
Open Dag
Zelf een kijkje nemen bij de brandweer kan op zaterdag 3 oktober tijdens de open dag. “We bestaan 85 jaar en dat willen we met iedereen vieren”, zegt Daan die in de organisatie zit.
Op de post Eindhoven Centrum aan de Deken van Somerenstraat staat de geschiedenis centraal. Bezoekers kunnen er het onlangs gerenoveerde Brandweer Eindhoven Museum bekijken en historische voertuigen zien, waaronder een Ford ladderwagen uit 1942. Ook modern materieel staat er opgesteld.
Op de post Woensel aan de Avignonlaan draait het juist om de brandweer van nu, met onder meer een nieuw schuimblusvoertuig en een hulpverleningsvoertuig.
Daarnaast zijn er op beide locaties demonstraties, bijvoorbeeld van het openknippen van een auto. Je kunt in gesprek met de brandweermannen en -vrouwen en er zijn leuke activiteiten voor de jonge bezoekers. “Zo kunnen kinderen zich ook eventjes een grote brandweerman of -vrouw voelen”, zegt Daan.
De open dag op beide posten duurt van 11.00 tot 16.00 uur en de toegang is gratis.
