De parel van deze week staat in het teken van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), een van de locaties die dit weekend tijdens Open Monumentendag te bezoeken is.

In een document uit 1947 beschrijft burgemeester Kolfschoten de groeiende behoefte aan goed opgeleide ingenieurs. Door de snelle industrialisatie van Nederland ontstond een tekort en groeide de wens voor een tweede Technische Hogeschool naast die in Delft. De keuze viel op Eindhoven, mede dankzij de aanwezigheid van Philips en DAF.

In 1957 begonnen de eerste studenten van de Technische Hogeschool Eindhoven (THE) in tijdelijke paviljoens. Architect en stedenbouwkundige Samuel van Embden ontwierp ondertussen een ruime, parkachtige campus in het Dommeldal. Vanaf 1958 verrezen de eerste permanente gebouwen. Het Hoofdgebouw werd al snel een herkenningspunt. In de jaren zestig volgden onder meer het Auditorium, Ceres en Gaslab.

Door de groei van het aantal studenten werd de campus in de jaren zeventig en tachtig verder uitgebreid. In 1986 kreeg de instelling officieel de naam Technische Universiteit Eindhoven. Vanaf 1995 ontwikkelde de campus zich bovendien steeds meer tot een plek waar universiteit, bedrijven en kennisinstellingen samenkomen.

Ook daarna bleef de campus veranderen. Het voormalige Hoofdgebouw werd gerenoveerd en opende in 2019 als Atlas, een voorbeeld van duurzame renovatie.

Van tijdelijke paviljoens tot internationale kennis- en innovatiecampus: de ontwikkeling van de TU/e weerspiegelt de groei van Eindhoven.

Meer historische foto’s, documenten en bewegend beeld zijn te vinden via:

www.rhc-eindhoven.nl