Wie de archieven induikt van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe), ontdekt soms onverwachte verhalen. Zo ook dat van Constantijn Daniel van Renesse (1626-1680), die vanaf 1653 stadssecretaris van Eindhoven was. Achter de officiële documenten die hij opstelde, schuilt namelijk een bijzonder talent: Van Renesse was een begaafd tekenaar en schilder.
Tijdens zijn werk als stadssecretaris had hij kennelijk niet altijd zijn handen vol. Op verschillende archiefstukken zijn in de marges kleine, levendige schetsen te vinden. Met een paar snelle lijnen tekende hij gezichten en figuren. Deze tekeningen doen denken aan de stijl van Rembrandt en worden daarom vaak 'Rembrandtieke' schetsen genoemd. Ze geven een uniek inkijkje in het dagelijks leven van een zeventiende-eeuwse ambtenaar en laten zien dat zelfs officiële documenten een persoonlijk verhaal kunnen vertellen.
Van Renesse wordt regelmatig genoemd als leerling van Rembrandt, al is daar geen sluitend bewijs voor. Wel is bekend dat hij de beroemde meester ten minste twee keer bezocht. Op de achterkant van een ets van Rembrandt schreef hij: ‘Het waert voor de tweede mael dat ick bij Rembrandt geweest bin’, met als datum 1 oktober 1649. Die persoonlijke aantekening is een van de redenen waarom historici vermoeden dat er een band tussen beiden bestond.
Dat Van Renesse artistiek talent had, staat buiten kijf. Zo is zijn werk opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum. Daarnaast bouwde hij een loopbaan op als stadssecretaris van Eindhoven, een functie waarin hij een belangrijke rol speelde in het bestuur van de stad.
Constantijn Daniel van Renesse werd in 1626 geboren in Maarssen. Hij was de zoon van predikant en theoloog Lodewijk Gerardus van Renesse en Anna Pinelle. In 1654 trouwde hij met Christina Drabbe, dochter van de Bredase burgemeester Jacob Drabbe en Maria Schüler. Van Renesse overleed in 1680 in Eindhoven.
In de archieven van het RHCe zijn duizenden van dit soort verhalen te ontdekken. Bezoekers vinden er onder meer notariële akten, bouwvergunningen, bevolkingsregisters, foto's, kaarten, prentbriefkaarten, films, kranten, familiearchieven en gemeentelijke archieven. Samen vormen ze een schat aan informatie over de geschiedenis van Zuidoost-Brabant. Soms zijn het juist de kleine details, zoals een tekening in de kantlijn, die het verleden verrassend dichtbij brengen.
