Het is afgelopen voorjaar ongelofelijk droog geweest. Slechts enkele regenbuien hebben even de dorst kunnen lessen van bodem en planten. De waterleidingbedrijven en de waterschappen lopen inmiddels vooruit op een tekort aan water en voor de boeren zal er een beperking komen van het oppompen van grondwater voor het beregenen van de gewassen. We vinden het heel gewoon dat water uit de kraan stroomt en dat het op elk moment van de dag beschikbaar is. Toch is het Eindhovens waterleidingnet nog niet zo oud.
In de negentiende eeuw waren er al lang klachten over de kwaliteit van het drinkwater. Een put of een pomp hadden veel Eindhovenaren niet. Men dronk water uit de Gender, maar als de zomer inzette, raakte het rivierwater vaak besmet en braken er allerlei ziekten uit, waarvan de cholera de meeste dodelijke slachtoffers maakte.
Het gemeentebestuur was toen niet zo initiatiefrijk om de problemen op te lossen. De pompen die in de stad aanwezig waren gaven water ‘van eene zwarte kleur en onaangename gazreuk’.
Om die reden werden de pompen in 1882 in drie klassen verdeeld: ‘zeer goed’, ‘redelijk goed’, en ‘slecht’. De kwaliteit van het water zou op de pomp worden vermeld. Slechts één pomp verdiende de kwalificatie ‘redelijk goed’, van de rest was het water uitgesproken slecht.
De reacties van de burgerij waren dermate heftig, dat uiteindelijk in 1905 een drinkwaterleiding in gebruik werd genomen.
