Voor veel mensen die behandeld worden voor kanker is een tattoopuntje meer dan een technisch hulpmiddel. Het is een prikje dat pijn doet, een blijvend stipje op de huid en vooral een zichtbare herinnering aan een periode waarin het leven kantelde. In het Catharina Ziekenhuis kan radiotherapie tegenwoordig vaak zonder die markeringen. Met een eigen, zorgvuldig uitgewerkte werkwijze blijkt dat uitstekend te kunnen.

Bij radiotherapie moet een patiënt bij elke sessie exact hetzelfde liggen. Jarenlang waren tatoeagepuntjes of inktlijnen de standaard. Radiotherapeutisch laborant Melissa Verdonk ziet dagelijks wat het betekent als die markeringen verdwijnen. “Ze zijn klein, maar ze deden wel iets. Het zetten deed pijn en voor sommige mensen bleven ze zichtbaar, als een herinnering die ze liever kwijt waren.”

Collega Joline Mutsaers merkte hoe zwaar zo’n stipje kon wegen. “Tijdens de behandeling accepteren mensen veel. Maar daarna willen ze verder. Dan kan zo’n blijvend puntje ineens toch veel betekenen.”

Tot een paar jaar geleden was huidmarkering vanzelfsprekend. Inktlijnen vroegen om voorzichtigheid bij douchen of zwemmen. Tatoeagepuntjes bleven vaak zichtbaar; sommige patiënten lieten ze later weglaseren. De wens om dat anders te doen bestond al langer, maar een duur systeem dat elders wordt gebruikt, was hier niet beschikbaar.

Mutsaers had in Zwitserland gezien dat het ook zonder extra technologie kon. Door vaste anatomische punten te gebruiken, laserlijnen te combineren met een controlescan en patiënten stabiel te positioneren met kussens en hulpmiddelen, bleek nauwkeurige bestraling mogelijk. Samen met collega’s werkte zij die methode uit voor het Catharina Ziekenhuis.

Nu wordt iedere patiënt zorgvuldig neergelegd, waarna laboranten herkenbare punten zoals bekken, borstbeen of navel gebruiken om de houding exact te bepalen. Vlak voor de bestraling volgt altijd een scan; zo nodig wordt de tafel nog een paar millimeter verschoven.

Inmiddels kan zo’n 90 procent van de patiënten zonder markeringen worden behandeld. Volgens Mutsaers is dat winst: “Je haalt een prikje weg, je haalt zichtbare sporen weg en je houdt dezelfde nauwkeurigheid.”