Hoewel de meeste Brabantse kinderen gezond en gelukkig opgroeien, laten de resultaten van de Kindmonitor 2025 zien dat blijvende aandacht voor preventie noodzakelijk is. Uit het onderzoek van de Brabantse GGD’en blijkt dat veel kinderen te weinig bewegen, ouders vaker behoefte hebben aan opvoedondersteuning en gezinnen in kwetsbare situaties extra ondersteuning nodig hebben.

Slechts één op de drie kinderen tussen 4 en 11 jaar voldoet aan de beweegrichtlijn van minimaal één uur beweging per dag. Daarnaast heeft één op de acht kinderen overgewicht. Ook buitenspelen staat onder druk: een kwart van de kinderen van 8 tot 11 jaar speelt minder dan 3,5 uur per week buiten. Ouders noemen onder meer een gebrek aan speelvriendjes, onvoldoende speelvoorzieningen en een voorkeur voor binnenspelen als oorzaken.

Opvoeding

Ook op het gebied van opvoeding zien de GGD’en uitdagingen. Bijna één op de vijf ouders ervaart opvoeden als moeilijk en dertig procent zocht al eens hulp of advies. Een op de zeven ouders geeft aan momenteel behoefte te hebben aan extra ondersteuning.

De monitor laat daarnaast zien dat verschillen tussen gezinnen groot blijven. Kinderen uit gezinnen die moeite hebben met rondkomen, eenoudergezinnen en gezinnen met een migratieachtergrond hebben vaker te maken met overgewicht, minder sportdeelname en sociale achterstanden.

Positief

Tegelijkertijd zijn er positieve ontwikkelingen. Kinderen drinken vaker water, worden nauwelijks nog blootgesteld aan rook in huis en gebruiken minder sociale media. Het merendeel van de kinderen wordt door ouders omschreven als gezond en gelukkig.

Volgens Anne-Marijn de Wit, directeur van GGD Brabant-Zuidoost namens de drie Brabantse GGD’en, is een sterke sociale basis essentieel. “Kinderen groeien het beste op in een omgeving waarin ze kunnen bewegen, zich veilig voelen en gezien worden. Gerichte investeringen, vooral voor gezinnen die extra steun nodig hebben, blijven daarom van groot belang.”