Patiënten met darm- of alvleesklierkanker kunnen door één DNA-test vooraf minder ernstige bijwerkingen krijgen van chemotherapie. Vanuit het Catharina Ziekenhuis moet die test nu landelijk beschikbaar worden, dankzij financiering van KWF Kankerbestrijding.
Chemotherapie is vaak zwaar. Maar voor een deel van de patiënten is de behandeling nog zwaarder dan nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor patiënten met darmkanker of alvleesklierkanker die het medicijn irinotecan krijgen. Ongeveer één op de tien mensen breekt dat middel minder goed af vanwege een (erfelijke) genmutatie: een blijvende verandering in de DNA-volgorde van een gen, in dit geval het zogeheten UGT1A1-gen. In het dagelijks leven merk je er weinig van, maar het medicijn blijft door deze mutatie langer in het lichaam. De kans op ernstige bijwerkingen bij chemotherapie wordt dan veel groter.
Eenvoudige test
Ziekenhuisapotheker, klinisch farmacoloog en hoofdonderzoeker Maarten Deenen van het Catharina Ziekenhuis wil daar verandering in brengen. KWF investeert ruim één miljoen euro in een landelijk project onder zijn leiding. Samen met andere ziekenhuizen werkt hij aan de invoering van een eenvoudige DNA-test, waarmee vooraf te zien is of iemand irinotecan minder goed verwerkt.
De test zelf is eenvoudig. Een laboratorium kan het DNA onderzoeken uit bloed of speeksel. Ook het Catharina Ziekenhuis heeft zo’n gespecialiseerde afdeling voor moleculaire diagnostiek in huis. Die expertise is belangrijk, omdat de test betrouwbaar en snel moet worden uitgevoerd voordat de behandeling begint. “Het kan zelfs met een wattenstaafje in de mond”, weet Deenen. “Het is dus geen belastende test voor de patiënt. De uitslag kan snel bekend zijn. En als blijkt dat iemand het medicijn langzamer afbreekt, starten we met een lagere dosis.”
Ultieme vorm
“Eigenlijk is dit de ultieme vorm van gepersonaliseerde zorg”, zegt Deenen. “Aan de buitenkant kun je niet zien of iemand dit medicijn goed verdraagt. Nu krijgt iedereen meestal een dosering die past bij de gemiddelde patiënt. Maar sommige mensen krijgen daardoor in feite te veel binnen. Die groep kunnen we met deze test vooraf herkennen.”
De winst zit volgens Deenen vooral bij de patiënt, maar de test helpt ook om zorg slimmer te organiseren. Eerder onderzoek liet zien dat de aanpak kosteneffectief is. Dat komt doordat ernstige bijwerkingen minder vaak leiden tot extra behandelingen of een ziekenhuisopname. “Het belangrijkste is dat we mensen veel leed kunnen besparen”, zegt Deenen. “Dat de zorg daardoor ook doelmatiger wordt, maakt de invoering alleen maar logischer.”
De landelijke stap die nu wordt gezet, begon jaren geleden klein in het Catharina Ziekenhuis. Dankzij steun van de Catharina Health Foundation kon Deenen in 2017 de eerste studie opzetten, samen met drie andere Nederlandse ziekenhuizen. Dat onderzoek groeide uit tot de basis voor de landelijke invoering waar KWF nu ruim één miljoen euro voor uittrekt.
De komende vier jaar moet de test beschikbaar worden voor veel meer patiënten in Nederland. De onderzoekers benaderen ziekenhuizen waar irinotecan wordt gegeven. Ongeveer twintig ziekenhuizen doen mee aan een grote evaluatie. Daarbij kijken de onderzoekers onder meer naar bijwerkingen, ziekenhuisopnames, kwaliteit van leven, behandelresultaten en kosten.
