Heeft u dat ook wel eens? Dat u met iemand staat te praten en dat er in uw bovenkamer een gigantische storing optreedt? Het fenomeen heet de ‘contextuele black-out’. Als ik Corry Konings in een glitterjurk in een kleedkamer tref, is er geen twijfel mogelijk. Dat is Corry. Maar tref ik haar bij de Aldi in Breda, dan kan ik haar gerust vragen waar de sperziebonen staan, zonder dat ik in de gaten heb dat ze het liefst een heel apart gevoel van binnen krijgt.

Als Lee Towers naast me bij de viskraam in Westkapelle een harinkje staat te happen, vraag ik hem waarschijnlijk of hij een servetje voor me heeft. Onlangs overkwam het mij op een camperplaats in het Brabantse Duizel. Ik was net helemaal geïnstalleerd. Nou ja, bijna. Mijn camper hing ietwat scheef en ik was met man en macht op zoek naar mijn kleine waterpasje. Onvindbaar. Gelukkig zat mijn buurman behaaglijk onder zijn luifeltje een boek te lezen. Ik besloot het hem gewoon te vragen.

De man stond direct op en begon honderduit te kletsen. Terwijl hij praatte, voelde ik die bekende jeuk in mijn hersenpan: waar ken ik die stem van? Hij was een stuk ouder dan ik. Een gepensioneerde buschauffeur, schatte ik zo in.

Ineens zei hij: "Ga anders even zitten, wil je wat drinken? Je bent namelijk op mijn verjaardag. Ik word vandaag tachtig." Ik feliciteerde de krasse knar enthousiast. De man lachte en zei: "Ja, ik moet nog heel wat jaren mee". Zelfs die gigantische hint, die zowat met neonletters boven zijn luifel knipperde, kwam bij mij niet binnen. Hij verklapte ook nog dat hij die avond een optreden had. Ik dacht aan een gezellig accordeonclubje in het buurthuis.

Zeker een kwartier hebben we heerlijk zitten keuvelen. Pas toen ik later bij de campingbaas ging afrekenen, viel de spreekwoordelijke vrachtwagenlading aan kwartjes. "Gezellige man hè, die Henk Wijngaard," zei de eigenaar droog.

Ineens flitste het gesprek aan mij voorbij. Ik had gewoon een kwartier lang koffie gedronken met de koning van de snelweg en ik had hem behandeld als een willekeurige ANWB-reiziger met een vouwwagen.

De volgende ochtend ben ik met het schaamrood op de kaken naar zijn camper geslopen. "Henk," zei ik, "ik moet iets opbiechten. Ik schaam me kapot dat ik je gisteren niet herkende." Henk moest er smakelijk om lachen. Hij keek me aan en zei: "Geeft niks joh. Maar jij bent toch die bekende buutreedner?" Ik schrok. Het zal toch niet waar zijn dat Henk Wijngaard mij wél kende en ik hem niet? "Hoe weet je dat?" stamelde ik. "Ja, dat vertelde de campingeigenaar net," grinnikte hij. Er viel een lichte opluchting over me heen. "De beste buutreedner vond ik trouwens Pierre Cnoops," voegde Henk eraan toe. Ik beaamde dat direct. Die subtiele sneer loste mijn gène in één klap op.

Maar ach, ik kon in elk geval zeggen dat ik op de tachtigste verjaardag van Henk Wijngaard ben geweest. En mijn camper? Die stond dankzij zijn waterpasje in elk geval kaarsrecht.