We ontkomen er niet aan: Boney M. bestaat dit jaar vijftig jaar. Halverwege de jaren ’70 trok deze hitmachine een spoor van glitter, discopret en polonaises door de Nederlandse huiskamers. Mijn moeder was er destijds helemaal weg van. De liefde zat zo diep dat ze steevast danste op het nummer Rivers of Babylon.
Het waren drie bloedmooie zangeressen, maar mijn blik was steevast op heel iemand anders gericht: zanger Bobby Farrell. Wat een fenomeen. De man was de absolute koning van de mislukte imitatie. Hij was met afstand de slechtste playbacker uit de popgeschiedenis – en geloof me, hij liet Piet Veerman van The Cats nog ver achter zich.
Bobby Farrell bewoog als een bezetene. Hij tolde, sprong en maakte pirouetjes alsof zijn leven ervan afhing. Hij draaide steevast zo lang door dat hij vrijwel elke keer de microfoon miste wanneer hij zijn legendarische 'Ma ma ma ma' moest inzetten. Zijn lippen liepen chronisch drie seconden achter op de tape.
In 1997 deed ik mee aan een Duitse thema-avond en had drie vriendinnen zo gek gekregen om samen met mij een heuse Boney M.-medley op te voeren. Ik had de motoriek van Bobby inmiddels zo intens bestudeerd dat de elastische stapjes er al aardig in zaten. Door de drukke voorbereidingen ontbrak het me echter aan tijd om een fatsoenlijke outfit te scoren. "Geen probleem, Andy," zeiden de meiden met een veelzeggende knipoog naar elkaar. "Wij nemen wel een passend pak voor je mee."
Ik zag het kledingstuk pas vijf minuten voor aanvang. Het was een strakzittend, glimmend broekpak waarin werkelijk alle Andy Marcelissen-contouren angstaanjagend scherp werden afgetekend. "We helpen je wel even met de rits," gierden de dames, terwijl ze zowat in hun broek pisten van het lachen. Ik kreeg amper nog adem, mijn sluitspieren verkrampten van de spanning en toen klonk het intro al. Binnen welgeteld vijftien seconden na mijn opkomst maakte ik een paar enthousiaste pirouetjes, verloor mijn oriëntatie door zuurstofgebrek en knikkerde achterover. De slanke dames hebben me deze onnozele misstap nog jarenlang genadeloos ingewreven.
Mijn ‘wraak’ was zoet. De geschiedenis herhaalde zich: er kwam een aanvraag voor een reünie van onze act. De drie zangeressen hadden in de tussentijd de nodige levenservaring opgedaan en achtereenvolgens een of meerdere bevallingen achter de rug. Ik daarentegen was inmiddels twintig kilo lichter geworden.
Toen de dames lieten weten dat ze door de drukte geen tijd hadden om geschikte jurkjes uit te zoeken, greep ik mijn kans. "Laat dat maar aan mij over, meiden. Ik regel wel iets moois." Ik hoef jullie waarschijnlijk niet uit te leggen hoe die avond is afgelopen. Ik heb de drie dames hoogstpersoonlijk in een drietal veel te krappe, strakke disco-creaties gehesen. De ritsen hielden het ternauwernood. Niet veel later stonden ze lijkbleek en zwaar naar adem happend op het podium hun pasjes uit te voeren, terwijl de longen protesteerden bij elke ademteug. En ik? Ik stond er in mijn comfortabele outfit slecht playbackend naast en speelde met een gortdroge blik de absolute Daddy Cool.
