Ploeg-e wil met literatuur Eindhoven wat mooier maken. Dit collectief bestaat onder meer uit twee Stadsschrijvers en één Stadsdichter. Eens per maand krijgen zij ‘het woord’ in Groot Eindhoven. Dit keer Stadsschrijver Terence van Lange.

De hele achterkant?

Vol ongeloof staar ik in zijn vijftienjarige ogen. Hij staart net zo ongelovig terug. Een western-standoff van “Meen je dit nou?”-blikken. Mijn mond open van verbazing, die van hem van afkeer.

Ik herhaal mijn antwoord op zijn vraag.

“Ja, om te weten waar het boek over gaat moet je de achterkant lezen.”

Hij kijkt naar zijn schoenen, in de hoop daar een ander antwoord te vinden. Zijn veters laten hem verstrikt achter.

“De hele achterkant? Ik ga toch niet de hele achterkant lezen?” piept hij verdrietig.

De schoolbibliotheek waar ik sta als leesmediaconsulent is stil. Het is een van mijn bunkers. Vanuit hier vecht ik voor leesplezier en leesbevordering in het voortgezet onderwijs. Gewapend tot de tanden met pagina’s bijt ik mezelf vast in gedemotiveerde leerlingen. Ik voel spierpijn in mijn kaken. Eén op de drie vijftienjarigen in Nederland dreigt school laaggeletterd te verlaten, blijkt uit recent onderzoek. Dat is een flinke hap.

We slingeren als gemeenschap de schuld vliegensvlug naar de lichtgevende schermen van mobiele telefoons, die boeken in de schaduw doen vallen. Maar zo simpel is het niet. Veel docenten lezen zelf niet, veel ouders hebben de tijd niet. Na de basisschool wordt er veel te weinig voorgelezen. Wij voeden ze zo op.

Mijn huishouden zat anders in elkaar. Als kind van Zuid-Amerikanen groeide ik in Eindhoven niet op in een democratie, maar in een liefdevolle dictatuur. In dat bewind was voorgelezen worden bij wet verplicht. Ik werd doodgegooid met boeken en vond zo de weg die naar mijn leven leidde. Een leven vol leeslust. Een dictatuur die mijn dochter nu ook voorgeschoteld krijgt.

De deur zwaait open en daar is ze weer. Mijn sterretje. De enige leerling die in de pauze vrijwillig de bibliotheek binnenwandelt. Ze snuffelt aan onbekende kaften alsof ze geparfumeerd zijn. Boeken die ze al gelezen heeft laat ze niet met rust; ze streelt ze als tastbare herinneringen.

“Is de nieuwe collectie al binnen?” vraagt ze zachtjes, alsof ze zich moet schamen.

De verstrikte jongen kijkt haar aan alsof ze ontsnapt is uit een gekkenhuis.

“Nog een weekje geduld. Er zitten parels tussen die je geweldig gaat vinden”, verzeker ik haar.

Vervolgens verdwijnt ze tussen de boekenkasten.

Onze blikken ontmoeten elkaar weer. Ook hij wil mij doodgooien met een boek. Ik vraag hem waar hij naar op zoek is, wat zijn interesses zijn.

“Ik hou van voetbal, haat lezen en moet iets pakken van mijn mentor.”

Vervang lezen door wiskunde en ik praat met mezelf als jongeman. Ik ben geen haar beter. Wel kaler.

Ik pitch een aantal boeken terwijl zijn schouders hangen. Bij het laatste boek gaat hij iets rechter staan.

“Je mag het over vier weken terugbrengen.”

Hij verdwijnt met de biografie van een bekende voetballer.

De pauze is voorbij. Ik doe de lichten uit en wil de deur sluiten. Er fonkelt nog iets tussen de kasten. Het lichtpuntje van onze toekomst.

Mijn sterretje.

“Kom meid, de lessen beginnen weer.”

Zuchtend zegt ze dat ze liever de hele dag in de bieb blijft hangen.

Ik ook meid. Ik ook.

Stadsschrijver Terence van Lange