Martin Martens: ‘Tijdens diensten en rituelen ben ik op afstand paraat.’ FOTO: Bert Jansen.
Martin Martens: ‘Tijdens diensten en rituelen ben ik op afstand paraat.’ FOTO: Bert Jansen.

‘Laat mij dit nog maar een tijd doen’

Algemeen

Het is niet ieders besteding van de zaterdagmorgen, een graf graven bij acht graden onder nul. Maar het hoort bij het werk van Martin Martens. In deel twee van de serie Eindhovense Stille Krachten: het beroep van grafdelver. “Het is heel belangrijk dat we geen fouten maken.”

EINDHOVEN - Als klein ‘menneke’ was hij van plan om hovenier te worden, maar onverwacht knieletsel en reuma brachten hem bij de sociale werkvoorziening Ergon. Daar zit hij sinds 5,5 jaar in het onderhoud van vier begraafplaatsen in Eindhoven, een functie die hij combineert met die van assistent-beheerder. Zowel in werkoverall als in net pak is hij vooral ‘de man op de achtergrond’.

Op afstand

Martin: “Dat klopt. Ik ben niet nadrukkelijk in beeld, net zo min als mijn collega’s. Het groenonderhoud en het delven van graven spelen zich doorgaans buiten het algemene gezichtsveld af. En bij begrafenissen is de uitvaartverzorger de centrale figuur. Ik regel, coördineer en begeleid praktische zaken rond het kiezen van een plekje, de ontvangst, het graf en de aula. Op die momenten heb ik wel enig contact met de gasten. Tijdens diensten en rituelen ben ik op afstand paraat, met één of twee machinisten. Een vers graf moet immers weer snel dicht, zodat niemand erin kan vallen. In de islamitische cultuur gooien de nabestaanden het graf zelf dicht, handmatig natuurlijk. Later zorgen we er dan voor dat het zand nog stevig wordt aangedrukt. Dat is onderdeel van graven maken.”

Hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk? “Dat is vrij overzichtelijk. We zetten een bekisting oftewel een aluminium mal op de plek van het graf en steken het dan uit. De bekisting zakt en zorgt ervoor dat het graf niet instort. Na de begrafenis halen we deze mal er weer uit, storten het zand terug en twee weken later drukken we het nog eens aan. Een graf graven duurt zo’n 1,5 uur. Bij een bijzetting ga je minder diep, daar ben je ongeveer een uur mee bezig.”

Afwisselend

Hoe ervaar je de bijzondere omgeving waarin je werkt? “In het begin vond ik het een beetje eng, zeker in het donker, maar het went snel. Ik voel me ook geen stille kracht, voor mij is het afwisselend werk en in de korte contacten met de nabestaanden ook heel dankbaar. Ik kijk altijd goed hoe de mensen in hun rouw zijn en daar sluit ik op aan. Het is heel belangrijk dat we geen fouten maken, het is immers de laatste dag die de gasten met hun dierbare doorbrengen.” 

Zijn er dingen die je bijblijven, in de luwte van het vak? Martens: “Soms wel. Je ziet natuurlijk veel. Zoals laatst een erehaag van 800 mensen voor een van de verongelukte jongens waar de krant vol van stond. Zoiets blijft je bij. Maar ik ken de mensen niet persoonlijk, die binding is er niet. Een bekende begraven doen we ook niet zelf, dat zou te emotioneel worden. Laat mij dit nog maar een hele tijd doen. Het is mooi werk, zelfs op ‘diepbevroren’ zaterdagen.”

Ellen Popeyus

‘In het begin vond ik het een beetje eng, zeker in het donker’