De Genneper Molen gebruikt al eeuwenlang het Dommelwater. FOTO: Hetty de Groot/Eindhoven in Beeld.
De Genneper Molen gebruikt al eeuwenlang het Dommelwater. FOTO: Hetty de Groot/Eindhoven in Beeld.

De tweede jeugd van de Dommel

Algemeen

Ooit trok de Dommel met haar natuurlijke oevers een groen lint door de stad. Maar vanaf ongeveer 1800 is dat drastisch veranderd. De rivier werd meer en meer een riool en het Dommelwater werd op allerlei manieren gebruikt en verontreinigd door de lokale industrie. In de 20ste eeuw verdwenen deze bronnen van vervuiling. En in de 21ste eeuw wordt gewerkt aan de vergroening van de rivier en haar oevers. Zo krijgt de Dommel een ‘tweede jeugd’. In deze serie artikelen wordt die verandering beschreven. Vandaag het eerste deel: De aankomst.

EINDHOVEN - Vanaf rond 1800 ontstonden er belangrijke industriële activiteiten in Eindhoven. Gedurende een periode van meer dan 150 jaar waren er heel wat fabrieken aan de Dommel gevestigd. Daarover later meer. Rond 1950 waren de meeste ervan verdwenen en daarmee ook de vele  lokale industriële vervuilingsbronnen. Daarna, rond 1960, werd ook de vervuiling ‘van buiten’ aangepakt. 

De Klotputten

Aan de zuidrand van de stad werd de rivier verbreed en verdiept. Zo ontstond een bezinkingsbassin (de Klotputten), waar de vervuiling die de Dommel vanuit vooral België meebracht naar de bodem kon zakken. Het vervuilde slib op de bodem moet wel regelmatig weggebaggerd worden. Dat gebeurde onlangs nog, in 2021. Zo stroomt er schoner Dommelwater door de stad.

Na het bezinkingsbassin stroomt de Dommel door een omgeving die vroeger voor de landbouw gebruikt werd maar geleidelijk veranderd is in een natuurlijk beekdallandschap. Eeuwenlang hebben de laagstgelegen delen van Eindhoven regelmatig last gehad van overstromingen. Bij langdurige regenval perste de Dommel heel veel water door haar nauwe bedding in het centrum van de stad. De aanleg van het Afwateringskanaal (rond 1935) heeft dit probleem voor een groot deel opgelost. In de Dommel ten zuiden van de wijk Hanevoet ligt een stuw die er sindsdien voor zorgt dat een groot deel (soms wel 70% tot 90%) van het Dommelwater naar het Afwateringskanaal geleid word.

De Dommel stroomt dus in afgeslankte vorm verder naar een gebied waar enkele grote meanders aangebracht zijn: de bedding is zo veel langer geworden. Op de vlakgemaakte oevers zijn allerlei planten gaan groeien. Het is een van de plekken waar we de resultaten zien van de vele werkzaamheden die de Dommel de afgelopen 20 jaar een natuurlijker aanzien gegeven hebben.

De oudste vorm van ‘industrieel’ gebruik van het Dommelwater is te zien bij de Genneper Molen. Deze watermolen (eerste vermelding in 1249) kent een roerige geschiedenis. Het meest recente stukje daarvan heeft veel Eindhovenaren verbaasd. De rechter heeft de gemeente onlangs verplicht een huurder te laten terugkomen in de molen ondanks het feit dat deze de molen niet liet malen, maar af en toe liet draaien. Vrijwilligers die dat tussentijds wel deden hebben de molen moeten verlaten.

Rob van Brunschot EiB

Aan de zuidrand van de stad werd de rivier verbreed