De sporen van een bever zijn veel gemakkelijker te vinden dan de bevers zelf. FOTO: Evert Houniet.
De sporen van een bever zijn veel gemakkelijker te vinden dan de bevers zelf. FOTO: Evert Houniet.

Op spoorzoektocht in de natuur

Algemeen

Sporen en andere achtergebleven kentekens wijzen erop, dat op die plek een mens of dier iets gedaan heeft. Voor mensen zijn dit bijvoorbeeld de vingerafdrukken en voetsporen. Dieren laten natuurlijk pootafdrukken na. Maar evengoed vraat- en graafsporen, uitwerpselen, plukjes van de vacht of veren.

EINDHOVEN - Het zoeken naar sporen kost wat tijd maar maakt een natuurwandeling wel erg leuk. Veel sporen zijn het hele jaar te vinden en het herkennen ervan is na wat oefening niet eens zo moeilijk. Mocht er weer een keer sneeuw vallen, dan is dat dé gelegenheid om te oefenen.

Prenten

Het konijn en de haas hebben pootafdrukken, ook wel prenten genoemd, die veel op elkaar lijken. Van de haas is de afdruk echter 2 keer zo groot. De afdrukken staan altijd in groepjes van 4. Zeker in de winter als er weinig vers gras en planten zijn, eten knaagdieren vaak aan de bast van de stam en de lage zijtakjes van jonge boompjes. De vraatsporen op de stammetjes zijn te herkennen aan tandafdrukken van de bovenste en onderste snijtanden. Ook goed te herkennen zijn de keutels. Van een konijn zijn ze rond met doorsnee van ongeveer 10 mm. De keutels van de haas zijn iets afgeplat en tot 20 millimeter groot.

Kale kegel

Eekhoorns laten duidelijke eetsporen achter. Waar de eekhoorn de zaadjes van een dennenkegel heeft gegeten ziet men de kegelschubben er los bij liggen. Ze beginnen aan de de dikke kant en gaan spiraalsgewijs naar boven. Wat er overblijft is een rafelige kale kegel. Een dier dat spectaculaire sporen achterlaat is de bever, die tegenwoordig op veel plaatsen in en bij de Dommel te vinden is. Afgeknaagde stammen, met die typische punt zijn een teken dat de bever in de buurt is. Nog makkelijker is de bever te herkennen aan zijn halfronde glijbaantjes in de oeverkant. Dat zijn de plaatsen waar hij in en uit het water gaat.

Stapvoets

Een ree is een heel schuw dier. Als hij in een gebied aanwezig is, verraadt hij zich door de prenten op zandpaden. Of hij hard of langzaam gelopen heeft is te zien aan de onderlinge afstanden. Als de ree stapvoets loopt, dan staan de prenten van de achterpoot ín de prenten van de voorpoot. Bij een draf staan de prenten van de achter- en de voorpoot ongeveer 60 cm uit elkaar, bij galop 2 m. Ook de ree maakt vraatsporen aan jonge bomen. Deze zitten echter veel hoger aan de stam dan bij de knaagdieren.

De uil slikt zijn prooi in zijn geheel in

Prenten van vogels komen alleen op drassige of zachte grond voor. Om ze te herkennen en op naam te brengen is een sporengids handig. Braakballen zijn de onverteerbare stoffen die het lichaam via de mond verlaten. De voedselresten die men in braakballen vindt zijn kenmerkend voor de vogel en hun voedsel. Bij de uilen zijn over het algemeen meer resten te vinden in de braakbal dan bij andere roofvogels want hij slikt een prooi in zijn geheel in.

Meer weten over de activiteiten van IVN VEV? Neem dan een kijkje op:

ivn.nl/afdeling/veldhoven-eindhoven-vessem

Het KNNV is een zusterorganisatie van IVN. Zij geven een handige Minigids Diersporen in Nederland en België uit. Het is een uitklapkaart van karton met plaatjes van de sporen van veel voorkomende dieren. Ook geschikt voor kinderen.

IVN VEV

Prehistorie

Sommige sporen blijven wel héél lang zichtbaar. In 2002 zijn voetsporen van mensachtigen op Kreta gevonden die daar wel 6 miljoen jaar geleden achtergelaten zijn. Dit maakt deze sporen het oudste directe bewijs van het bestaan van mensachtige tweepotigen.

Eekhoorns
laten duidelijke eetsporen achter