Foto uit 1977 in de Bergstraat van de eerste luciferfabriek van Eindhoven. Foto: EIB, nr. 4252.
Lucifers waren in het midden van de 19e eeuw dé uitvinding om snel licht of warmte te krijgen. De tondeldozen en de vuurstenen konden verhuizen naar het museum, immers in een oogwenk kon met een lucifer een kaars, het fornuis, of de (open) haard worden aangestoken.
Deze Zweedse uitvinding verspreidde zich in rap tempo over Europa, ook omdat door het rode fosfor van de kop gesproken kon worden van safety matches. In juni 1870 startten twee ondernemers, Mennen en Keunen, in de Bergstraat de eerste luciferfabriek van Eindhoven. Goedkoop personeel was in het kinderrijke Brabant gemakkelijk te krijgen en ook door de aanwezigheid van veel populieren in het Brabantse land was er geen gebrek aan grondstof.
Al snel hadden Mennen en Keunen 200 man personeel in dienst. Het succes van de lucifer deed meer Eindhovenaren besluiten een luciferfabriek te beginnen: Vissers en Langemeijer & Co startten in 1880 een luciferfabriek aan de Vestdijk, zodat er al snel 900 personen in die industrie werkzaam waren en er landelijk gezien een overcapaciteit ontstond. In 1884 fuseerden Mennen en Keunen, Vissers en Langemeijer & Co en nog twee andere fabrieken tot de Vereenigde Hollandsche Lucifer Fabrieken (VHLF). Vanaf 1892 produceerde de VHLF uitsluitend nog in Eindhoven, onder meer de bekende Molen-lucifers. Die productie liep door tot 31 december 1979.