Er is in het centrum een plekje waar je kunt ontsnappen aan de drukte, waar je kunt genieten van natuur en rust. En dat bijzondere plekje ligt verscholen achter de Palingstraat. Het is de Vergeten Tuin, een prachtig initiatief van omwonenden die dit pareltje al 24 jaar onderhouden. Nieuwsgierig? Neem eens een kijkje tijdens de open dag, die elke eerste zondag van de maand gehouden wordt.

Door Marjolein van Hoof

Het voelt een beetje als Alice in Wonderland. Zodra je in de Palingstraat de poort opent tussen de huisnummers 21 en 23, stap je in een totaal andere wereld. De drukte van de nabijgelegen Hoogstraat en Karel de Grotelaan maakt hier plaats voor 1.800 m2 natuurschoon en rust. En dat al sinds 2001.

Een van de vrijwilligers van het eerste uur is Kees de Kort. “Dat er in de binnenstad zoiets is, ja, dat is echt een cadeautje”, knikt hij tevreden.

Vuilnisbelt

Zo’n 26 jaar woont Kees de Kort nu in de Palingstraat, in een van de appartementen op nummer 31. Dat pand was vroeger het onderkomen van gereedschappenfabriek Capax. Op de plek waar nu de Vergeten Tuin ligt, stonden productiehallen van de fabriek.

“Nadat deze werden afgebroken, ontstond er een soort wild terrein waar bewoners van de aangrenzende arbeiderswoningen ieder op hun eigen manier gebruik van maakten”, vertelt Kees. “De een had er een moestuintje, maar het werd ook gebruikt als hondenuitlaatplek en mensen hadden hier hun puin gedumpt. Het had meer iets van een vuilnisbelt.”

Zo’n 25 jaar geleden kwam de gemeente met herontwikkelingsplannen voor dit gebied. “Daarvoor zouden ook de arbeidershuisjes gesloopt moeten worden. We hebben toen als buurt een alternatief plan gemaakt voor het behoud van de karakteristieke woningen en de ontwikkeling van een stadstuin. Daar is de gemeente uiteindelijk mee akkoord gegaan.”

Amsterdams voorbeeld

De initiatiefnemers richtten Vereniging Veldwerk op. Voor de stadstuin lieten zij zich inspireren door de zogenaamde Slatuinen, gelegen tussen een aantal lage flats in Amsterdam. “Daar had een tuinarchitect een ontwerp gemaakt voor een stadstuin, die door omwonenden werd onderhouden. Dat wilden wij ook! We zochten contact met haar en zij heeft een mooi ontwerp voor onze tuin gemaakt. Dat plan zijn we langzaam gaan uitvoeren, in eerste instantie met een man of tien.”

Biodiversiteit

Een behoorlijke klus, gezien de staat van het terrein. “We moesten de boel natuurlijk eerst opruimen. Er stond overal berenklauw, van die hoge stekelige planten. Die hebben we weggehaald. We hebben vijvertjes gegraven en met hulp van Sjanie- zij was ook betrokken bij het heempark in Eindhoven - bepaalden we welke planten weg moesten, wat we konden laten staan en wat de tuin nog meer nodig had. Alles voor de biodiversiteit. Plant je bijvoorbeeld een vlindervriendelijke plant, dan krijg je heus wel vlinders maar het is de kunst dat ze ook hun eitjes ergens kunnen afzetten en dat later de rupsjes te eten hebben. Je moet dus de juiste soorten planten hebben.”

Inmiddels zit het met de biodiversiteit in de Vergeten Tuin meer dan goed. Je vindt er vogels, insecten, knaagdieren, zoogdieren als egels, eekhoorntjes en steenmarters, én amfibieën. “Kikkers en padden, maar ook heel veel salamanders en dat is bijzonder omdat het een kwetsbare soort is”, glundert Kees.

Achter de Vergeten Tuin ligt een braakliggend terrein waar nieuwe woningen gebouwd gaan worden. “Daar zitten ook veel salamanders. Om hen te beschermen, is er een scherm neergezet en om de paar meter een emmer in de grond. Zo kunnen we ze vangen en vrijlaten in onze tuin. We hebben er inmiddels meer dan 650 gevangen.”

Vrijwilligers

Tegenwoordig heeft Vereniging Veldwerk zo’n 150 leden die jaarlijks minimaal €5 doneren. “Daarvan kopen we het gereedschap en kunnen we het onderhoud bekostigen. Daarnaast hebben we een stuk of 15 vrijwilligers die de tuin bijhouden. Dan doen we elke eerste zondag van de maand. Vaker is niet nodig, want de tuin is zo ingericht dat het grotendeels zichzelf kan onderhouden. Er staan alleen maar planten en bomen die van nature in dit klimaat voorkomen, dus daar hoef je weinig aan te doen.”

De maandelijkse samenkomst is Kees dierbaar. “We lunchen ook met z’n allen en na afloop drinken we een biertje, hier bij het huisje”, wijst hij naar een charmant rond gebouwtje op het terrein met een veranda en een knusse kachel binnen. “Dankzij deze stadstuin zijn we niet alleen meer betrokken geraakt bij de natuur, het is ook een mooie manier om buurtbewoners te ontmoeten.”

Openstellingen

Tijdens die eerste zondagen van de maand is tevens publiek welkom om een kijkje te komen nemen. “We willen de Vergeten Tuin niet permanent openstellen, omdat het echt een plek voor de natuur is. Als het te druk wordt, dan raak je de dieren kwijt. Bovendien grenst het aan de tuinen van omwonenden die makkelijk toegankelijk zijn. Iemand zou dan permanent toezicht moeten houden en dat is natuurlijk geen doen”, verklaart Kees.

Daarnaast verzorgt de Vergeten Tuin, als er genoeg vrijwilligers beschikbaar zijn, educatieve speurtochten voor basisschoolleerlingen. “Soms krijgen ze kikkerdril mee, dat staat dan een paar weken in de klas. Als het kikkervisjes zijn geworden, laten de leerlingen ze weer los in onze vijvers. Dat is heel erg leuk.”

Wie het meest van de Vergeten Tuin genieten, zijn uiteraard de omwonenden zelf. “Ik vind het heerlijk om hier ’s middags rond 17.00 uur op een van de bankjes plaats te nemen, vooral in de lente als alles weer gaat groeien en bloeien. De tuin zorgt voor afvang van co2 en fijnstof, voor de opvang van regenwater én voor verkoeling. We zijn gewoon heel dankbaar dat deze tuin er is, midden in de stad, en dat het ook nog eens gewaardeerd wordt door veel mensen. Het draagt bij aan de leefbaarheid in de buurt en dat geeft een goed gevoel.”

De Vergeten Tuin vind je aan de Palingstraat, tussen nummer 21 en 23. De eerstvolgende open dag is op zondag 7 september van 12.00 tot 16.00 uur. De toegang is gratis. Kijk voor meer informatie op:

www.vergetentuin.nl