Alle patroonheiligen van de gemeenten die in 1920 de gemeente Eindhoven gingen vormen, zorgden eind 19e, begin 20ste eeuw voor grote problemen bij de bedrijven in de stad. De dagen dat deze patroonheiligen op de kalender verschenen, werden gezien als officiële zondagen; op die dagen werd er in de verschillende huidige stadsdelen dus niet gewerkt. Dat moest anders.

Iedere gemeente kende dus een eigen patroonheilige, waaraan verschillende data waren verbonden. Dat er op de die dagen niet werd gewerkt door de katholieke arbeiders zorgde voor ernstige problemen in de productie. In de maand november was de situatie helemaal nijpend. De dag van de patroonheilige van Tongelre werd gevierd op 11 november. Voor Woensel was dat 18 november, en voor Strijp en het kleine Eindhoven respectievelijk 23 en 25 november.

De rooms-katholieke geestelijkheid was zich hiervan bewust, en verzocht in 1903 de bisschop van ’s-Hertogenbosch om voor de betreffende gemeenten en de stad Eindhoven één patroonheilige aan te stellen. Aangezien dat niet tot zijn bevoegdheden behoorde, moest de bisschop dat voorleggen aan de paus. Dat was op dat moment Pius X (1903-1914). Hij bepaalde dat vanaf 1903 St. Jozef, de ’bonusvader’ van Jezus, patroonheilige van de arbeiders, de patroonheilige van Eindhoven werd. Zijn dag,19 maart, werd nu de officiële kerkelijke zondag. De terzijde gestelde patroonheiligen verloren daarmee hun kerkelijke zondag en daarmee was het probleem van een verstoorde productie verholpen.

Er is in Eindhoven een laan naar Pius X genoemd, maar of dat met de aanwijzing van St. Jozef te maken had, of met zijn heiligverklaring in 1953, of met beide, is niet duidelijk. Het beeld van St. Jozef werd tegen de gevel van de pastorie van de St. Catharinakerk geplaatst. Na afbraak van de pastorie in 1971 werd er in 1974 een plekje voor St. Jozef gevonden in de muur van een van de torens van de St. Catharinakerk. Je moet wel even zoeken om het te zien.